Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - I

0 (2) 1 (18) 2 (9) A (798) B (1226) C (217) D (4352) E (1788) F (214) G (993) H (2577) I (1561) J (324) K (832) L (502) M (829) N (443) O (894) P (567) Q (2) R (442) S (1202) T (1173) U (216) V (1407) W (1305) X (3) Y (88) Z (1098)
Dutch Recording English Learn
Ik heb een U-bocht gemaakt.
I made a U-turn.
Ik heb een urgente zaak met je te bespreken.
I have an urgent matter to discuss with you.
Ik heb één van mijn schoenen onder mijn bed gevonden, maar de andere kan ik niet vinden.
I found one of my shoes under my bed, but I can’t find the other one.
Ik heb een verzekering.
I have insurance.
Ik heb een vraag.
I have a question.
Ik heb een vrije dag.
I have a day off.
Ik heb eigenlijk geen pistool.
I don’t really have a gun.
Ik heb er één.
I have one.
Ik heb Frans geleerd.
I learned French.
Ik heb geen auto.
I don’t have a car.
Ik heb geen belangstelling voor de wetenschap.
I’m not interested in science.
Ik heb geen boek.
I don’t have a book.
Ik heb geen flauw benul.
I don’t have a clue.
Ik heb geen geld.
I don’t have any money.
Ik heb geen gezin.
I don’t have a family.
Ik heb geen idee hoe de begeleiding loopt, maar proberen kan geen kwaad, lijkt me.
I have no idea how the guidance is, but trying will not hurt, I guess.
Ik heb geen kaart ontvangen.
I have not received a card.
Ik heb geen kinderen.
I don’t have any children.
Ik heb geen overige vragen.
I have no remaining questions.
Ik heb geen rijbewijs.
I don’t have a driving licence.
Ik heb geen tijd gehad.
I did not have time.
Ik heb geen tijd meer om tv te kijken.
I don’t have the time to watch TV anymore.
Ik heb geen tijd.
I don’t have time.
Ik heb geen toekomst.
I have no future.
Ik heb gehoord dat Tom in Boston woont.
I heard that Tom is living in Boston.
Ik heb geld nodig.
I need money.
Ik heb geluk.
I’m lucky.
Ik heb geprobeerd het je te zeggen.
I tried to tell you.
Ik heb gereserveerd.
I have made a reservation.
Ik heb gespaard zodat ik kan reizen.
I saved money so that I can travel.
Ik heb gisteren een brief van Tom ontvangen.
I got a letter from Tom yesterday.
Ik heb gisteren spek en eieren gemaakt.
I made bacon and eggs yesterday.
Ik heb goede leerkrachten gehad.
I had good teachers.
Ik heb haar afgeraden om alleen ’s nachts door het park te wandelen.
I advised her against walking alone in the park at night.
Ik heb haar geholpen te eten.
I helped her make dinner.
Ik heb haar opgewonden.
I excited her.