Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - F

- (1) . (1) 1 (8) 2 (2) A (268) B (405) C (64) D (976) E (363) F (68) G (291) H (596) I (215) J (69) K (274) L (149) M (230) N (128) O (285) P (187) R (130) S (365) T (240) U (56) V (441) W (266) Y (1) Z (225) « (1) (1) (3)
Dutch Recording English Learn

fabriek

factory

factor

factor

factuur

invoice

faliekant

utterly

familie

family

families

families

fans

fans

Fans hebben tot nu toe al 600.000 dollar geboden om te mogen aanschuiven aan tafel bij de op twee na rijkste mens ter wereld.

Fans have so far offered $ 600,000 to be able to sit down at the table with the third-richest man in the world.

fantastische

fantastic

fase

phase

fasen

phases

fastfood restaurant

fast food restaurant

fatsoen

decency

fauteuils

armchairs

februari

February

federaal

federal

Federaal informateur Bart De Wever heeft van koning Filip de toestemming gekregen om zijn opdracht een week te verlengen.

The person charged with forming the federal government Bart De Wever was given permission by King Philip to extend by a week his mission.

feest

party

feestdag

public holiday

feestje

party (diminutive)

fel

fiercely

felle

bright

felverlichte

brightly lit

fier

proud

Fier als een gieter pronkt Cristiano Ronaldo met de Gouden Bal, de trofee voor de beste voetballer van het voorbije jaar.

Proud as a peacock Cristiano Ronaldo shows off with the Golden Ball trophy for the best player of last year.

fiets

bicycle

fietsmand

bicycle basket

fietspaden

cycle paths

fijn

fine; pleasant

file

traffic jam

fileproblematiek

traffic jam problems

Filip

Philip (boy’s name)

Filip, de graaf van Vlaanderen

Filip, the count of Flanders

film

film

films

films

financiële

financial (long form)