Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - I

( (2) - (1) . (1) 0 (1) 1 (79) 2 (22) 3 (24) 4 (26) 5 (22) 6 (22) 7 (22) 8 (21) 9 (20) A (431) B (230) C (374) D (229) E (144) F (206) G (116) H (215) I (252) J (42) K (26) L (125) M (191) N (79) O (102) P (253) Q (10) R (157) S (457) T (1668) U (45) V (49) W (246) Y (60) Z (4) (1) (1) (2) (1)
English Dutch Recording Learn
I

ik

I am

ik ben

I am a doctor.

Ik ben dokter.

I am back home.

Ik ben terug thuis.

I am hungry.

Ik heb honger.

I am looking for

ik zoek

I am looking for a new job.

Ik ben op zoek naar een nieuwe job.

I am seriously disappointed.

Ik ben serieus ontgoocheld.

I am thirsty.

Ik heb dorst.

I am very disappointed in you.

Ik ben erg teleurgesteld in u.

I asked her

ik vroeg haar

I can solve that problem in an instant.

Ik kan dat probleem in een handomdraai verhelpen.

I challenge all those responsible,...

Ik daag alle verantwoordelijken uit, ...

I clean the board, I am, I become

ik spoel het bord, ik ben, ik word

I clean the kitchen almost every day.

Ik poets de keuken bijna elke dag.

I clean the kitchen.

Ik poets de keuken.

I did not have time.

Ik heb geen tijd gehad.

I didn’t mean to offend you.

Ik wilde je niet beledigen.

I don’t get it.

Ik snap het niet.

I don’t know.

Ik weet het niet.

I don’t like fish.

Ik hou niet van vis.

I don’t think it was a coincidence

ik denk niet dat het toeval was

I don’t want to be forced to turn on my webcam.

Ik wil niet gedwongen worden om mijn webcam aan te zetten.

I don’t want to offend you

ik wil jullie niet beledigen

I forget

ik vergeet

I forgot.

Ik ben het vergeten.

I get it.

Ik snap het.

I had to

ik moest

I have a cat.

Ik heb een kat.

I have a dog.

Ik heb een hond.

I have a guilder.

Ik heb een gulden.

I have never been there.

Ik ben er nooit geweest.

I have no idea how the guidance is, but trying will not hurt, I guess.

Ik heb geen idee hoe de begeleiding loopt, maar proberen kan geen kwaad, lijkt me.

I have not done that.

Ik heb dat niet gedaan.

I have read something interesting.

Ik heb iets interssants gelezen.

I have worked with the cash register.

Ik heb met de kassa gewerkt.