Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - I

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2142) B (754) C (1260) D (869) E (543) F (755) G (445) H (1165) I (2028) J (131) K (83) L (541) M (760) N (384) O (454) P (913) Q (42) R (548) S (1913) T (7291) U (164) V (129) W (1235) X (4) Y (381) Z (21)
English Dutch Recording Learn
-ing (indicates continuous tense) aan het
I ik
I accelerate and stay in the left lane. Ik versnel en blijf in de linkerrijstrook rijden.
I accept Ik accepteer
I accept the Terms of Sale. Ik aanvaard de Verkoopsvoorwaarden.
I add pine nuts to the salad. Ik voeg pijnboompitten toe aan de salade.
I adore ik aanbid
I adore you. Ik aanbid u.
I advised her against walking alone in the park at night. Ik heb haar afgeraden om alleen ’s nachts door het park te wandelen.
I agree with the author’s position. Ik ben het eens met de stelling van de auteur.
I almost died. Ik stierf bijna.
I almost forgot. Ik ben het bijna vergeten.
I almost tripped. Ik ben bijna gestruikeld.
I already know the answer. Ik weet het antwoord al.
I already ordered. Ik heb al besteld.
I also like cycling Ik hou ook van fietsen
I also need to study for the exam. Ik moet eveneens studeren voor het examen.
I also read books. Ik lees ook boeken.
I am ik ben
I am 19 years old. Ik ben negentien jaar oud.
I am a British citizen. Ik ben een Brits staatsburger.
I am a Canadian citizen. Ik ben een Canadees staatsburger.
I am a citizen from the United States. Ik ben een burger uit de Verenigde Staten.
I am a cook. Ik ben een kok.
I am a doctor. Ik ben dokter.
I am a secretary. Ik ben secretaresse.
I am a student. Ik ben student.
I am accustomed to cold weather. Ik ben gewend aan een koud klimaat.
I am allergic to pollen. Ik ben allergisch voor stuifmeel.
I am an American citizen. Ik ben een Amerikaans staatsburger.
I am an Australian citizen. Ik ben een Australisch staatsburger.
I am an English teacher. Ik ben leerkracht engels.
I am annoying. Ik ben vervelend.
I am awaiting an agreement. Ik wacht op een overeenkomst.
I am back home. Ik ben terug thuis.
I am behind the table. Ik sta achter de tafel.