Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - J

' (1) - (1) . (1) 1 (8) 2 (2) A (268) B (407) C (64) D (1004) E (363) F (70) G (299) H (603) I (218) J (70) K (276) L (153) M (231) N (132) O (290) P (190) R (132) S (367) T (243) U (57) V (446) W (271) Y (1) Z (235) « (1) (1) (4)
Dutch Recording English Learn

J. van der Ven

J. van der Ven (name)

ja

yes

Ja, ik spreek Engels.

Yes, I speak English.

Ja, ik versta je.

Yes, I understand you.

jaar

year

jaar na jaar

year after year

jaarbasis

annual basis

jaarlijkse

yearly

jaarsalaris

annual salary

jacht

chase

jachtopziener

gamekeeper

jaloers zijn op

be jealous of

jam

jam

Jan

John (boy’s name)

Jan werkt hier.

John works here.

Jan werkt in de meubelfabriek.

John works in the furniture factory.

januari

January

Japanse

Japanese

jaren

years

jarenlang

for years

jarige

year-old

jas

coat

Java

Java

je

your (informal; short form)

je

you (singular)

Je bent ook verplicht de schoolaanwezigheid van je kind vier keer per jaar in te dienen.

You are also required to submit your child’s school attendance four times a year.

Je bent verantwoordelijk voor de kwaliteit van het product, op functioneel en niet-functioneel vlak.

You are responsible for the quality of the product on a functional and non-functional level.

je fungeert

you act

Je hebt gelijk.

You are right.

Je hebt iets reins en weerloos gedood.

You have killed something pure and defenceless.

je maakt correcte afwegingen tussen vernieuwing en stabiliteit

you make correct trade-offs between renewal and stability

Je mag daar niets aanraken.

You cannot touch anything there.

Je moet je haar nog kammen.

You still have to comb your hair.

Je moet opletten voor die man.

You have to watch out for that man.

je vaardigheden

your skills

Je vader heeft dit bij mij in bewaring gegeven voor zijn dood.

Your father entrusted this to me before his death.