Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - N

0 (1) 1 (7) 2 (2) A (339) B (547) C (79) D (1351) E (460) F (93) G (400) H (798) I (287) J (91) K (357) L (201) M (306) N (176) O (368) P (258) Q (1) R (172) S (486) T (317) U (73) V (567) W (360) Y (1) Z (302)
Dutch Recording English Learn

.NET

.NET

N-VA

N-VA (political party)

na

after

na al die opwinding

after all that excitement

na de zesdaagse oorlog van 1967

after the 1967 Six-Day War

Na middernacht is het op de meeste plaatsen droog.

After midnight, it will be dry in most places.

naadloos

seamless

naam

name

naam wijzigen

to change your name

naamregel

byline

naamwoord

adjective (noun part)

naamwoorden

adjectives (noun part)

naar

to; for

naar bed gaan

to go to bed

naar huis gaan

to go home

naargelang

according to; depending on

naarstig

diligently

naast

next to

naast de kom met erwten

next to the bowl of peas

nabijheid

closeness

nacht

night

nachtclub

nightclub

nachtclubs

night clubs

nachtclubs, fuiven en discotheken

night clubs, parties and discos

nachten

nights

nachtpon

nightgown

nadat

after; when

Nadat hij een nieuwe nier had gekregen hoefde hij niet meer te dialyseren.

After he had received a new kidney, he no longer had to have dialysis.

Nadat hij op het festival was geweest, had hij last van zijn gehoor.

After he’d been at the festival, he had problems with his hearing.

nadelig

disadvantageous

nadenken

thinking

naderen

to approach

naderen we het einde van ons verlof

we are approaching the end of our leave

nagaan

to verify; to check

nagegaan

verified

nageleefd

observed (past participle)