Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - Z

- (1) . (1) 1 (8) 2 (2) A (268) B (405) C (64) D (976) E (363) F (68) G (291) H (596) I (215) J (69) K (274) L (149) M (230) N (128) O (285) P (187) R (130) S (365) T (240) U (56) V (441) W (266) Y (1) Z (225) « (1) (1) (3)
Dutch Recording English Learn

zaailingen

seedlings

zaak

business; case

zaal

room; hall

zag

saw

zakdoek

handkerchief

zakelijke

business (adjective)

zal

will (singular)

zalf

ointment

zalige

blissful

zand

sand

zandweg

dirt road

zanger

singer

zaterdag

Saturday

ze

they (short form)

ze

she (short form)

ze bevragen me

they question me

ze gebaarde

she gestured

Ze had het sipste gezicht dat Harry ooit gezien had.

She had the saddest face Harry had ever seen.

Ze keek zowel nijdig als bezorgd.

She looked both angry and worried.

ze kletst je de oren van het hoofd

she talks your ears off your head

ze kochten zoethout voor een cent

they bought liquorice for a cent

Ze kunnen geen dijken maken.

They can’t build dikes.

Ze kwam om het zelf te doen.

She came to do it herself.

Ze reageerde niet meer op mijn berichten.

She no longer responded to my messages.

Ze reden samen op de tandem.

They rode together on the tandem.

Ze spreekt geen Frans.

She doesn’t speak French.

Ze stelden minder breuken en hoofdletsels vast.

They noticed fewer fractures and head injuries.

Ze weigeren een omweg te nemen omdat het korter is.

They refuse to take a detour because it’s shorter.

Ze wist niet wat ze hier zou kunnen doen.

She didn’t know what she could do here.

ze zien de televisiequiz

they watch quizzes on the telly

Ze zijn niet zo goed in hun werk.

They are not so good at their job.

zee

sea

zeep

soap

zeer

very; greatly

Zeer tegen de zin van de vakbonden op de luchthaven, die het feestje van de Ierse budgetvlieger vergalden met een betoging.

Much to the dismay of the unions at the airport, which spoilt the Irish budget airline party with a demonstration.

zegel

seal