Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - O

0 (1) 1 (7) 2 (2) 3 (1) A (363) B (581) C (85) D (1424) E (501) F (97) G (429) H (861) I (320) J (104) K (390) L (222) M (335) N (197) O (397) P (272) Q (1) R (186) S (541) T (343) U (86) V (620) W (394) Y (1) Z (343)
Dutch Recording English Learn

O

O (letter)

O, dat weet ik niet.

Oh, I don’t know.

O, het kon die mooie, gelukkige vogels niet vergeten

Oh, it could not forget those beautiful, happy birds

O, hier was het zo schoon, zo heerlijk.

Oh, it was so beautiful here, so wonderful.

O, kijk, daar komt de bus al aan!

Oh, look, there comes the bus!

o.a.

amongst others

ober

waiter

ochtend

morning

oerlelijke

ugly; hideous

of

whether

of

or

Of hebben de planeten dat soms niet aan je onthuld?

Or have the planets sometimes not revealed that to you?

of hij er van houdt, in het water te zwemmen of onder te duiken

whether he likes to swim in the water, or to dive under it

offers

sacrifices

officieel

official

officiële

official (long form)

oftewel

in other words

ogen

eyes

ogenblik

moment (1)

ogenblikken

moments

oktober

October

olie

oil

olifant

elephant

om

for; to

om

in order to

om

around (2)

om

at (5)

om

hang out (part 1)

Om die reden nemen we je niet op in het vervolg van de sollicitatieprocedure.

For that reason we will not include you in the remainder of the application process.

om een kopie

for a copy

om er iets aan te doen

to do something about it

om je haar te borstelen

to brush your hair

om te scheren

to shave (long form)

om tien uur

at ten o’clock

om verzonnen redenen

for made-up reasons

om zeep helpen

to ruin