Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - W

- NO VALUE - (1) - (1) . (1) 1 (8) 2 (2) A (307) B (475) C (76) D (1151) E (398) F (81) G (339) H (690) I (266) J (77) K (309) L (172) M (262) N (148) O (330) P (224) R (145) S (417) T (276) U (68) V (502) W (310) Y (1) Z (265) « (1) (2) (3) (12)
Dutch Recording English Learn

Waals

Walloon

waar

true

Waar brengt u me heen?

Where are you taking me?

Waar is het toilet?

Where is the toilet?

Waar is het VVV-kantoor?

Where is the tourist office?

Waar kan ik Chinees eten kopen?

Where can I buy some Chinese food?

Waar kan ik een Engelse krant kopen?

Where can I buy an English newspaper?

Waar kom je vandaan?

Where are you from?

Waar komt u vandaan?

Where are you from? (formal)

Waar of niet waar?

True or false?

Waar rook is, is vuur.

Where there’s smoke, there’s fire.

Waar spreken we af?

Where are we meeting?

Waar werkt Jan?

Where does John work?

Waar werkt Jan? (dialoog)

Where does John work? (dialogue)

Waar werkt Jan? Jan werkt in de meubelfabriek.

Where does John work? John works in the furniture factory.

Waar woon je?

Where do you live? (informal)

Waar woont u?

Where do you live? (formal)

waar?

where?

waarbij

where; whereas

waarbij je borg staat voor een pro-actieve aanpak en heldere communicatie

where you guarantee a pro-active approach and clear communication

waarde

value

waardeloos

worthless

waardeloos geworden

has become worthless

waarderen

to appreciate; to value

waardige

worthy

waarheid

truth

waarin

in which

waarmee

with which

waarom

why

Waarom konden we niet door dat dranghek?

Why couldn’t we get through that barrier?

Waarom ontbrandt uw toorn tegen ons?

Why does your anger burn against us?

waarop

upon which

waarop een kerk, een kar met paard

on which a church, a cart with horse

waarschuwen

to warn

waarschuwing

warning

waas

haze