Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - E

0 (2) 1 (18) 2 (9) A (797) B (1226) C (216) D (4348) E (1778) F (214) G (992) H (2571) I (1558) J (322) K (831) L (502) M (824) N (443) O (893) P (566) Q (2) R (442) S (1202) T (1172) U (216) V (1407) W (1302) X (3) Y (88) Z (1095)
Dutch Recording English Learn
een troef
an asset
een tros druiven
a bunch of grapes
een trottoir
a sidewalk
een tuin
a garden
een tuinman
a gardener
een tv
a TV
één twee
one two (1 2)
Een tweede werd tegen den muur afgestreken
A second one was struck against the wall (paragraph)
Een tweede werd tegen den muur afgestreken
A second one was struck against the wall
Een tweede werd tegen den muur afgestreken; het gaf licht, en waar het schijnsel op den muur viel, werd deze doorzichtig als een sluier; zij kon in de kamer zien.
A second one was struck against the wall; it gave light, and where it shone against the wall, it went as transparent as a veil, she could see into the room.
een ui
an onion
een uitdagende positie
a challenging position
een uitgang
an exit
een uitlaatklep
an exhaust valve
een uitnodiging
an invitation
een uitspraak die onder geen beding goed te keuren valt
a statement that cannot be approved under any circumstances
een universiteit
a university
één uur
one o’clock
een vaatwasser
a dishwasher
Een vacht bestaat uit twee soorten haren.
An animal coat consists of two types of hair.
een vader
a father
een vakantie
a holiday
een val creëren
to create a trap
een valkuil
a trap
Een valreep is een loopplank met leuningen naar een schip.
An accommodation ladder is a walkway with railings to a ship.
een valstrik
a trap
één van de boten
one of the boats
een vangnet
a safety net
een vangrail
a guardrail
Een vangrail is een barrière die naast wegen wordt geplaatst.
A guardrail is a barrier placed next to roads.
een vangst
a catch
een varken
a pig
een veilige manier
a safe way
een veilige werkomgeving
a safe working environment
een veiligheidshesje
a safety vest
een veld
a field