Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - W

0 (2) 1 (18) 2 (9) A (806) B (1240) C (220) D (4404) E (1817) F (216) G (1004) H (2604) I (1575) J (328) K (838) L (508) M (839) N (445) O (906) P (573) Q (2) R (451) S (1215) T (1180) U (215) V (1425) W (1323) X (3) Y (87) Z (1116)
Dutch Recording English Learn
Wat een bescheiden persoon.
What a humble person.
Wat een dwaas!
What a fool!
Wat een engeltje.
What an angel.
Wat een grote hond!
What a big dog!
Wat een huichelaar!
What a hypocrite!
Wat een huichelaarskop ben je!
What a hypocrite you are!
Wat een mooie dag, niet?
It’s a pleasant day, isn’t it?
Wat een prachtige tuin.
What a beautiful garden.
Wat een vang!
What a catch!
Wat eten draken?
What do dragons eat?
Wat eten uilen?
What do owls eat?
wat fruit
some fruit
wat fruitsalade
some fruit salad
Wat ga je vandaag doen?
What are you doing today?
Wat gaat er met Yanni gebeuren?
What’s going to happen to Yanni?
Wat geef je mij?
What are you giving me?
wat groenten
some vegetables
Wat heb je besteld?
What did you order?
Wat heb je gekocht?
What did you buy?
Wat heb je in gedachten?
What do you have in mind?
Wat heb je vandaag gedaan?
What have you done today?
Wat heb je vanochtend gedaan?
What did you do this morning?
Wat heb je?
What do you have?
Wat hebben jullie daar?
What do you have there? (you plural)
wat hebben?
what have?
Wat hebt u, meneer?
What do you have Sir?
Wat heeft dit conflict doen oplaaien?
What sparked this conflict?
Wat heeft je voorkeur?
What do you prefer?
Wat heeft John op het toneel gezongen?
What did John sing on the stage?
Wat heeft Tom gedaan terwijl hij in Australië was?
What did Tom do while he was in Australia?
Wat heeft Tom gedaan?
What has Tom done?
Wat heeft ze in de winkel gekocht?
What did she buy at the shop?
wat hout
some wood
wat huiswerk
some homework
Wat is dat gebouw?
What is that building?
Wat is de datum?
What is the date?