Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - H

0 (2) 1 (19) 2 (10) A (781) B (1188) C (214) D (4214) E (1687) F (214) G (976) H (2493) I (1509) J (314) K (809) L (487) M (795) N (435) O (875) P (548) Q (2) R (424) S (1174) T (1160) U (212) V (1368) W (1264) X (3) Y (88) Z (1053)
Dutch Recording English Learn
Hij eet.
He is eating.
hij gaat
he goes
Hij gaat gewoon even naar de stad.
He is just going to go to town.
Hij gaat om acht uur ’s ochtends naar zijn werk
He goes to work at eight a.m.
Hij gaat ze meteen invullen.
He is going to fill them in straight away.
Hij gaf een bot aan de hond.
He gave the dog a bone.
Hij gaf een geweldige voorzet naar de spits.
He delivered a great cross to the striker.
Hij gaf me een por.
He gave me a poke.
Hij gaf me een voorbeeld.
He gave me an example.
Hij gaf me het bevel om op te staan.
He ordered me to stand up.
Hij gebaarde met zijn hoofd naar een pilaar.
He gestured with his head to a pillar.
Hij gebruikte kaas om muizen te lokken.
He used cheese to lure mice.
Hij gedroeg zich erg verwaand tijdens het gesprek.
He acted very arrogantly during the conversation.
Hij geeuwde uitbundig.
He gave a big yawn!
Hij ging er persoonlijk naar toe.
He went there in person.
Hij ging met haar mee.
He went with her.
Hij ging reizen op zoek naar avontuur.
He went traveling in search of adventure.
Hij greep de gelegenheid aan om werk te krijgen.
He grabbed the chance to get a job.
Hij greep me bij mijn kraag.
He grabbed me by the collar.
Hij groef een gat in de tuin.
He dug a hole in the garden.
Hij groef een gat.
He dug a hole.
hij groeit
he grows
Hij had 50 euro gevraagd.
He had asked for 50 euros.
Hij had dat van tevoren al besloten.
He had already decided that beforehand.
Hij had een gat in zijn sok.
He had a hole in his sock.
Hij had er nog nooit zó gestoord uitgezien.
He had never looked so disturbed.
Hij had geen verweer waartegen.
He had no defense against it.
Hij had nachtmerries.
He had nightmares.
Hij had nog maar luttele euro’s op zak.
He had only a few euros left in his pocket.
Hij had zich ruim van tevoren voorbereid.
He had prepared well in advance.
Hij handelde louter uit eigenbelang.
He acted purely out of self-interest.
Hij handelt uit rancune.
He’s acting out of spite.
hij heeft
he has
Hij heeft aangedrongen.
He insisted.
Hij heeft de familie onteerd.
He has dishonoured the family.
Hij heeft de was gesmolten voor het beeld.
He melted the wax for the statue.