Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - H

0 (2) 1 (19) 2 (10) A (781) B (1188) C (214) D (4214) E (1687) F (214) G (976) H (2493) I (1509) J (314) K (809) L (487) M (795) N (435) O (875) P (548) Q (2) R (424) S (1174) T (1160) U (212) V (1368) W (1264) X (3) Y (88) Z (1053)
Dutch Recording English Learn
Hij is gestruikeld over zijn eigen voeten.
He tripped over his own feet.
Hij is gewend om te reizen.
He’s accustomed to traveling.
Hij is goed gebouwd.
He’s well built.
Hij is het!
It’s him!
Hij is heus niet zo slecht.
He is really not that bad.
Hij is hier ergens.
He is somewhere about.
Hij is in de rivier terecht gekomen.
He ended up in the river.
Hij is in het café.
He is in the café.
Hij is in het restaurant.
He is at the restaurant.
Hij is in Lyon.
He is in Lyon.
Hij is in Parijs.
He is in Paris.
Hij is Italiaans.
He is Italian.
hij is knap
he is handsome
Hij is lid van de golfclub.
He’s a member of the golf club.
Hij is listiger dan hij eruitziet.
He’s trickier than he looks.
Hij is mijn chauffeur.
He is my driver.
Hij is mijn vriend.
He is my friend.
Hij is mijn zoon.
He is my son.
Hij is moe en hongerig en vooral in de war.
He is tired and hungry and especially confused.
Hij is mollig.
He is chubby.
Hij is nep.
He is fake.
Hij is net teruggekomen.
He has just come back.
Hij is net weggegaan.
He has just left.
Hij is niet verstandig genoeg om getallen in het hoofd op te tellen.
He isn’t smart enough to add up numbers in his head.
Hij is nijdig.
He is angry.
Hij is nog niet bij bewustzijn gekomen.
He has not yet recovered consciousness.
Hij is nu Engels
He is English now
Hij is nu Frans.
He is French now.
Hij is nu in Lyon.
He is in Lyon now.
Hij is nu in Parijs.
He is in Paris now.
Hij is nu op tijd.
He is on time now.
Hij is nu te laat.
He is late now.
Hij is onteerd.
He is dishonoured.
Hij is onze buur.
He’s our neighbour.
Hij is op vakantie.
He is on holiday.
Hij is over een steen gestruikeld.
He tripped over a stone.