Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Search
Search
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Dictionary
Dutch-English Dictionary - H
Primary tabs
English-Dutch
Dutch-English
Dialogues
0
(2)
1
(19)
2
(10)
A
(781)
B
(1188)
C
(214)
D
(4214)
E
(1687)
F
(214)
G
(976)
H
(2493)
I
(1509)
J
(314)
K
(809)
L
(487)
M
(795)
N
(435)
O
(875)
P
(548)
Q
(2)
R
(424)
S
(1174)
T
(1160)
U
(212)
V
(1368)
W
(1264)
X
(3)
Y
(88)
Z
(1053)
Dutch
Recording
English
Learn
Hierop wil ik graag je aandacht vestigen.
I would like to draw your attention to this.
Learn
hiervan
of this
Learn
hiervoor
for this
Learn
Hiervoor betaal ik niet.
I’m not paying for this.
Learn
hij
he
Learn
Hij aanbidt een gouden afgod.
He worships a golden idol.
Learn
Hij balde zijn vuist.
He clenched his fist.
Learn
Hij bedroog.
He was cheating.
Learn
Hij begon een tulband te dragen.
He started wearing a turban.
Learn
Hij beheerst zijn emoties.
He controls his emotions.
Learn
Hij bekeek de kleurrijke wikkel van de cadeautjes.
He examined the colourful wrapping of the gifts.
Learn
Hij bekritiseert voortdurend andere mensen.
He constantly criticizes other people.
Learn
Hij beloofte ook een sterk buitenlands beleid.
He also promised a strong foreign policy.
Learn
Hij besefte onbehaaglijk dat iedereen hem aanstaarde.
He realized uneasily that everyone was staring at him.
Learn
Hij betrapte de dief op heterdaad.
He caught the thief red-handed.
Learn
Hij betreurt zijn fouten.
He regrets his mistakes.
Learn
Hij bleef het gesprek in zijn hoofd herkauwen.
He kept rehashing the conversation in his head.
Learn
Hij bleek buitengewoon begaafd.
He turned out to be exceptionally gifted.
Learn
Hij bood hulp aan de kreupele oude vrouw.
He offered assistance to the crippled old woman.
Learn
Hij boog zich gretig voorover.
He bent forward eagerly.
Learn
Hij bracht drie dagen in de kerker door.
He spent three days in the dungeon.
Learn
Hij brak zijn sleutelbeen.
He broke his collar bone.
Learn
Hij brengt je erheen.
He will take you there.
Learn
Hij daagde mij uit voor een wedstrijd.
He challenged me to a competition.
Learn
Hij deed de deur open.
He opened the door.
Learn
hij doet
he does
Learn
Hij doet alsof hij heilig is, maar hij is een schijnheilige.
He acts holy, but he is a hypocrite.
Learn
Hij draagt de verantwoordelijkheid.
He bears the responsibility.
Learn
Hij dringt aan op een snelle oplossing.
He insists on a quick solution.
Learn
Hij drinkt elke ochtend koffie.
He drinks coffee every morning.
Learn
Hij drinkt melk.
He drinks milk.
Learn
Hij droeg een deftige outfit naar het feest.
He wore a classy outfit to the party.
Learn
Hij dronk gif en stierf.
He drank poison and died.
Learn
Hij duidt de fout in het verslag aan.
He points out the error in the report.
Learn
Hij duidt naar het noorden.
He points to the north.
Learn
Hij eet veel.
He eats a lot.
Learn
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
…
Page
44
Page
45
Page
46
Page
47
Current page
48
Page
49
Page
50
Page
51
Page
52
…
Next page
Next ›
Last page
Last »