Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - E

0 (2) 1 (18) 2 (9) A (797) B (1226) C (216) D (4348) E (1778) F (214) G (992) H (2571) I (1558) J (322) K (831) L (502) M (824) N (443) O (893) P (566) Q (2) R (442) S (1202) T (1172) U (216) V (1407) W (1302) X (3) Y (88) Z (1095)
Dutch Recording English Learn
Een kat komt altijd op z’n pootjes terecht.
A cat always lands on its feet.
een kater
a hangover
een keeper
a goalkeeper
een keer
once
een keerpunt
a turning point
een kei
a boulder
een kelder
a basement
een kennis
a knowledge
een kerst
a Christmas
Een kettingbotsing gebeurde tijdens de spits.
A pile-up happened during rush hour.
een kettingzaag
a chainsaw
een keuken
a kitchen
een keuze
a choice
een kind
a child
een kinderwagen
a stroller
een kip
a chicken
een klaplong
a collapsed lung
een klasgenoot
a classmate
Een kledinghanger is een stuk hout, metaal of kunststof, in de vorm van de menselijke schouders en heeft een haak aan de bovenzijde.
A clothes hanger is a piece of wood, metal or plastic, in the shape of the human shoulders and has a hook on the top.
een klein beetje zuurdeeg
a little bit of yeast
een klein erf
a small yard
een klein flesje knalrode nagellak
a small bottle of bright red nail polish
een klein implantaat
a small implant
een klein restaurant
a small restaurant
een klein ventje met muiskleurig haar
a little guy with mouse-coloured hair
een klein weiland
a small meadow
een klein, rond spiegeltje
a small round mirror
een kleindochter
a granddaughter
een kleine afwijking naar links
a small deviation to the left
een kleine auto
a small car
een kleine brand
a small fire
een kleine hoeveelheid
a small amount
een kleine stam
a small tribe
Een kleine vonk kan een grote vlam worden.
A tiny spark may become a great flame.
een kleinzoon
a grandson
een klinker
a vowel