Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Search
Search
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Dictionary
Dutch-English Dictionary - M
Primary tabs
English-Dutch
Dutch-English
Dialogues
0
(2)
1
(18)
2
(9)
A
(796)
B
(1223)
C
(216)
D
(4320)
E
(1762)
F
(214)
G
(990)
H
(2561)
I
(1543)
J
(322)
K
(828)
L
(500)
M
(823)
N
(442)
O
(891)
P
(564)
Q
(2)
R
(441)
S
(1198)
T
(1171)
U
(216)
V
(1405)
W
(1287)
X
(3)
Y
(88)
Z
(1084)
Dutch
Recording
English
Learn
Mijn portemonnee is foetsie.
My wallet is gone.
Learn
Mijn schoenen piepen.
My shoes squeak.
Learn
Mijn schoenen zijn versleten.
My shoes are worn out.
Learn
Mijn spijkerbroek is gescheurd.
My jeans are torn.
Learn
Mijn stelling is dat we moeten samenwerken.
My position is that we need to cooperate.
Learn
Mijn straaljager moest bijgetankt worden.
My jet needed refueling.
Learn
Mijn tante vertelt altijd grappige verhalen.
My aunt always tells funny stories.
Learn
mijn team
my team
Learn
Mijn telefoon is waterdicht.
My phone is waterproof.
Learn
Mijn telefoon staat op tafel.
My phone is on the table.
Learn
Mijn toekomst is nauw verbonden met de financiën van mijn bedrijf.
My future is closely bound up with the finances of my firm.
Learn
Mijn vader heeft als hobby het kweken van rozen.
My father’s hobby is growing roses.
Learn
Mijn vader is blij je te ontmoeten.
My father is happy to meet you.
Learn
Mijn vader is een beetje ouderwets.
My father is a bit old-fashioned.
Learn
Mijn vader is in Lyon.
My father is in Lyon.
Learn
Mijn vader is kaal.
My father is bald.
Learn
Mijn vader is uit.
My father is out.
Learn
Mijn vader voelt zich goed.
My father feels fine.
Learn
mijn vader werkt in een supermarkt
my father works in a supermarket
Learn
Mijn vader werkt voor een bank.
My father works for a bank.
Learn
Mijn vlucht moest normaal om half drie ’s middags aankomen.
My flight was supposed to arrive at 2:30 p.m.
Learn
mijn vocabulaire is beperkt
my vocabulary is limited
Learn
Mijn voet is zo dik dat hij niet meer in mijn schoen past.
My foot is so fat that it no longer fits in my shoe.
Learn
mijn vriend
my friend
Learn
Mijn vriend is blij je te ontmoeten
My friend is happy to meet you
Learn
Mijn vriend is nog niet getrouwd.
My friend is not married yet.
Learn
Mijn vriend steunt me altijd.
My boyfriend always supports me.
Learn
Mijn vriendin en ik zijn verloofd.
My girlfriend and I are engaged.
Learn
Mijn vriendin heeft me geholpen met mijn opdracht voor Engels.
My girlfriend helped me with my assignment for English.
Learn
Mijn vriendin is ongesteld en blijft thuis.
My girlfriend is on her period and is staying home.
Learn
Mijn vriendin komt uit Boston.
My girlfriend is from Boston.
Learn
mijn vrouw
my wife
Learn
Mijn vrouw en kinderen zijn afhankelijk van mij.
My wife and children depend on me.
Learn
Mijn vrouw voelt zich goed.
My wife feels fine.
Learn
mijn vulpen
my fountain pen
Learn
mijn vurige verlangen
my ardent desire
Learn
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
…
Page
12
Page
13
Page
14
Page
15
Current page
16
Page
17
Page
18
Page
19
Page
20
…
Next page
Next ›
Last page
Last »