Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - E

0 (2) 1 (18) 2 (9) A (797) B (1226) C (216) D (4348) E (1778) F (214) G (992) H (2571) I (1558) J (322) K (831) L (502) M (824) N (443) O (893) P (566) Q (2) R (442) S (1202) T (1172) U (216) V (1407) W (1302) X (3) Y (88) Z (1095)
Dutch Recording English Learn
een barista
a barista
een bebaarde man
a bearded man
een bed
a bed
een bedelaar
a beggar
een bedrieger
a cheater
een bedrieger in actie
a cheater in action
een bedrieger zonder geweten
a cheater without a conscience
een beetje
a bit
een beetje
a little
een beetje erg doorzichtig
a bit too obvious
een beetje geld
a little money
een beetje hulp
a little help
een beetje koppig
a little stubborn
een beetje meer alstublieft
a little more please
een beetje minder alstublieft
a little less please
een beetje te beschilderen
to paint a little
een begraafplaats
a cemetery
een behoefte
a need
een behoorlijke uitspraak
a proper pronunciation
een bekend gezegde
a well-known saying
een beklemmend gevoel
an oppressive feeling
een bekommernis
a concern
een belangrijke hefboom
an important lever
een belangrijke schakel
an important link
Een beleg is een langdurige militaire blokkade en aanval op een stad of fort.
A siege is a prolonged military blockade and attack on a city or fortress.
een belegering
a siege
een belofte
a promise
een bepaalde wijk
a particular neighbourhood
een berg
a mountain
een bericht
a message
een beroemde acteur
a famous actor
een beschuitbol
a crumpet
een beslissing nemen
to make a decision
een besmettelijke schimmel
a contagious fungus
een bestaand feit
an existing fact
een bestand
a file