Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - I

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2102) B (749) C (1246) D (861) E (542) F (749) G (443) H (1139) I (1995) J (126) K (83) L (528) M (747) N (384) O (451) P (898) Q (36) R (538) S (1881) T (7218) U (162) V (129) W (1220) X (4) Y (380) Z (21)
English Dutch Recording Learn
It’s a hole. Het is een gat.
It’s a matter of life and death. Het is een kwestie van leven en dood.
It’s a nice room on the first floor. Het is een mooie kamer op de eerste verdieping.
It’s a no-brainer. Het is een makkie.
It’s a pleasant day, isn’t it? Wat een mooie dag, niet?
It’s a pleasure to meet you. Het is een genoegen om je te ontmoeten.
It’s a quarter past one. Het is kwart over één.
It’s a quarter to two. Het is kwart voor twee.
It’s a very difficult tongue-twister. Het is een erg lastige tongbreker.
It’s a very long flight. Het is een hele lange vlucht.
It’s already summer. Het is al zomer.
It’s an emergency. Het is een noodgeval.
It’s artificial. Het is kunstmatig.
It’s beautiful! Het is prachtig!
It’s because we’re in a hurry. Het is omdat we haast hebben.
It’s becoming more and more popular. Het is steeds populairder aan het worden.
It’s better to be killed by them, than being bitten by the ducks, pecked by the chickens, kicked by the maiden who feeds the chickens, or starved with hunger in the winter. ’t Is beter, door hen gedood, dan door de eenden gebeten, door de kippen gepikt, door de meid, die aan de kippen eten geeft, geschopt te worden en in de winter gebrek te lijden!
it’s Christmas Day het is Kerstmis
It’s cold outside. Het is koud buiten.
It’s cool under the canopy of the trees. Onder het gewelf van de bomen is het koel.
It’s disgusting how he treats people. Het is walgelijk hoe hij mensen behandelt.
It’s eight o’clock. Het is acht uur.
It’s expensive. Het is duur.
It’s five to two. Het is vijf voor twee.
It’s for her. Het is voor haar.
It’s for later Het is voor later
It’s for my family. Het is voor mijn familie.
It’s for this evening. Het is voor vanavond.
It’s for tomorrow. Het is voor morgen.
It’s freezing cold. Het is ijskoud
It’s freezing here. Het vriest hier.
It’s good. Het is goed.
It’s half past one. Het is half twee.
It’s hard to fight against what you can’t see. Het is moeilijk om te vechten waartegen je niet kunt zien.
It’s hard to tell you and your brother apart. Het is moeilijk u van uw broer te onderscheiden.
It’s here. Hier is het.