Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - I

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2102) B (749) C (1246) D (861) E (542) F (749) G (443) H (1139) I (1995) J (126) K (83) L (528) M (747) N (384) O (451) P (898) Q (36) R (538) S (1881) T (7218) U (162) V (129) W (1220) X (4) Y (380) Z (21)
English Dutch Recording Learn
I’ll spend an hour or two Ik zal een uur of twee besteden
I’ll steal a car. Ik ga een auto stelen.
I’ll take a shower. Ik ga douchen.
I’m ik ben
I’m 46 years old. Ik ben 46 jaar oud.
I’m a baker. Ik ben een bakker.
I’m a doctor. Ik ben een dokter.
I’m a human. Ik ben een mens.
I’m a vegetarian. Ik ben vegetariër.
I’m afraid he will never admit his guilt. Ik vrees dat hij nooit zijn schuld zal erkennen.
I’m afraid I have to turn you down. Ik moet u helaas afwijzen.
I’m afraid of owls. Ik ben bang voor uilen.
I’m afraid that I don’t understand that. Ik ben bang dat ik dat niet begrijp.
I’m against corruption. Ik ben tegen corruptie.
I’m behind him. Ik sta achter hem.
I’m bored. Ik verveel me.
I’m certainly not about to leave you behind. Ik laat je heus niet achter.
I’m chubby. Ik ben mollig.
I’m contemplating doing that. Ik overweeg dat te doen.
I’m cured. Ik ben genezen.
I’m curious. Ik ben benieuwd.
I’m disgusted by his attitude. Ik walg van zijn houding.
I’m disgusted. Ik walg ervan.
I’m drawing a man. Ik maak een tekening van een man.
I’m drooling. Ik kwijl.
I’m dropping out of school. Ik ga van school af.
I’m drowning! Ik verdrink!
I’m eighteen years old. Ik ben achttien jaar oud.
I’m eighteen. Ik ben achttien jaar.
I’m expecting him. Ik verwacht hem.
I’m fed up with your attitude. Ik ben jouw houding zat.
I’m finished. Ik ben klaar.
I’m free now. Ik heb nu tijd.
I’m freezing. Ik bevries.
I’m from England. Ik kom uit Engeland.
I’m from Spain. Ik kom uit Spanje.