Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - A

0 (1) 1 (23) 2 (4) 3 (7) 4 (9) 5 (6) 6 (4) 7 (6) 8 (4) A (1384) B (634) C (1036) D (702) E (442) F (579) G (339) H (851) I (1428) J (102) K (68) L (432) M (604) N (323) O (337) P (757) Q (29) R (450) S (1523) T (6057) U (133) V (116) W (877) Y (309) Z (13)
English Dutch Recording Learn
a bad decision

een nefaste beslissing

a bad idea

een slecht idee

a balance

een evenwicht

a ban on gatherings

een samenscholingsverbod

a bang

een knal

a bank

een bank

a beach of stones and pebbles

een strand van stenen en kiezels

A beard does not make a philosopher.

Een baard maakt je nog geen filosoof.

a beautiful book

een mooi boek

A beautiful view.

Een prachtig uitzicht.

a beautiful wooden staircase

een fraaie houten trap

a beautiful, yellow-brown bird

een fraaie, geelbruine vogel

a beech

een beuk

a beetle

een tor

a bicycle shop

een fietsenwinkel

a big banner

een groot spandoek

a big fireball

een grote vuurbal

a big mistake

een grote vergissing

a big, fat earwig

een grote, dikke oorwurm

a big, ugly doll

een grote, oerlelijke pop

a bipolar disorder

een bipolaire stoornis

A bird is incessantly singing on my balcony.

Een vogel zingt onophoudelijk op mijn balkon.

a bit

een beetje

a bit too obvious

een beetje erg doorzichtig

a black coat

een zwarte vacht

a black robe

een zwart gewaad

a blazing fire

een laaiend vuur

a blessing

een zegen

a boiled egg

een gekookt ei

A bomb shelter is a basement to protect the population from air raid and other types of danger.

Een schuilkelder is een kelder om de bevolking te beschermen tegen een luchtaanval en andere soorten van gevaar.

a bottle of milk

een fles melk

a boulder

een kei

a bow

een buiging

a branch that was as thick as a python

een tak die zo dik was als een python

a brew

een brouwsel

a bright red comb

een knalrode kam