Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - A

( (1) - (1) . (4) 0 (1) 1 (76) 2 (21) 3 (24) 4 (24) 5 (21) 6 (21) 7 (21) 8 (21) 9 (20) A (180) B (102) C (186) D (109) E (74) F (89) G (48) H (69) I (79) J (19) K (9) L (46) M (92) N (31) O (49) P (110) Q (2) R (63) S (164) T (864) U (22) V (21) W (92) Y (27) Z (4) (1) (1)
English Dutch Recording Learn
a bank

een bank

a boiled egg

een gekookt ei

a bus

een bus

a chicken

een kip

a contract

een contract

a cow

een koe

a dish of cold meats

een schotel koud vlees

a few

enkele

a flower

een bloem

a fork

een vork

a fried egg

een gebakken ei

a friend

een vriend

a handbag

een handtas

a knife

een mes

A large glass of beer please.

Een groot glas bier alstublieft.

a lemonade and cordial

limonade met vers geperst sap

A lemonade, please.

Limonade aub.

A license is an official permission from the government to carry out a particular activity.

Een vergunning is een officiële toestemming van de overheid om een bepaalde activiteit uit te voeren.

A lie has no legs.

Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel.

a little less please

een beetje minder alstublieft

a little more please

een beetje meer alstublieft

a lot of

veel

a lot of travelling this month

veel gereis deze maand...

a man

een man

a menu please

een menu aub

a mouse

een muis

a pro-active approach

een pro-actieve aanpak

A reconstruction of an eventful day.

Een reconstructie van een bewogen dag.

a room

een kamer

a sheep

een schaap

a student

een student

a table

een tafel

A table for four please.

Een tafel voor vier aub.

A table for one, please.

Een tafel voor één, alstublieft.

A table for three please.

Een tafel voor drie aub.

A table for two please.

Een tafel voor twee aub.