Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - I

0 (2) 1 (14) 2 (9) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2048) B (736) C (1235) D (852) E (540) F (743) G (440) H (1124) I (1980) J (126) K (82) L (519) M (734) N (379) O (444) P (890) Q (36) R (531) S (1857) T (7140) U (160) V (129) W (1204) X (4) Y (377) Z (21)
English Dutch Recording Learn
I pledge to be a president who seeks not to divide, but to unify. Ik beloof een president te zijn die niet wil verdelen, maar verenigen.
I prefer the black one. Ik geef de voorkeur aan de zwarte.
I prefer walking to being carried in a vehicle. Ik ga liever te voet dan in een voertuig vervoerd te worden.
I promise that I won’t tell anyone. Ik zal het heus niet doorvertellen.
I promise you that you are safe. Ik beloof je dat je veilig bent.
I put it in the drawer. Ik doe het in de la.
I put it together. Ik steek het in elkaar.
I put the money in the safe. Ik heb het geld in de kluis gedaan.
I ran ik liep
I ran into Tom yesterday. Gisteren kwam ik Tom toevallig tegen.
I read books. Ik lees boeken.
I read comic books. Ik lees stripboeken.
I read three books a week. Ik lees drie boeken per week.
I really appreciate it. Ik stel het erg op prijs.
I really liked Tom. Ik vond Tom heel leuk.
I received compensation for my work. Ik kreeg een vergoeding voor mijn werk.
I remember every threat. Ik herinner me elk dreigement.
I remember. Ik herinner me.
I replace ik vervang
I resigned. Ik heb ontslag genomen.
I respect everyone’s opinion. Ik heb respect voor ieders mening.
I said nothing. Ik zei niets.
I saved money so that I can travel. Ik heb gespaard zodat ik kan reizen.
I saw a man with a measuring stick in his hand. Ik zag een man met een meetlat in zijn hand.
I saw that guy yesterday. Ik zag die kerel gisteren.
I saw the light at the end of the tunnel. Ik zag een licht aan het einde van de tunnel.
I saw their mother’s skipping rope ik zag hun moeders touwtjespringen
I saw your sister the day before yesterday. Ik zag jouw zus eergisteren.
I see steam from the kettle. Ik zie stoom uit de ketel.
I should have been able to handle Tom. Ik had Tom moeten aankunnen.
I should have come earlier. Ik had eerder moeten komen.
I should not have said that. Dat had ik niet moeten zeggen.
I shouldn’t have called. Ik had niet moeten bellen.
I shouldn’t have eaten that. Ik had dat niet moeten eten.
I shouldn’t have gotten so angry. Ik had niet zo boos moeten worden.
I shower almost every day. Ik douch bijna elke dag.