Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - I

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2135) B (750) C (1255) D (866) E (542) F (754) G (445) H (1160) I (2015) J (131) K (83) L (538) M (758) N (384) O (454) P (913) Q (41) R (548) S (1907) T (7263) U (164) V (129) W (1229) X (4) Y (381) Z (21)
English Dutch Recording Learn
I want a can of tomatoes. Ik wil een blik tomaten.
I want a coffee, please. Ik wil alsjeblieft een koffie.
I want a dish containing bread. Ik wil een gerecht met brood.
I want a dish containing chicken. Ik wil een gerecht met kip.
I want a dish containing eggs. Ik wil een gerecht met eieren.
I want a dish with beef. Ik wil een gerecht met rundsvlees.
I want a dish with fish. Ik wil een gerecht met vis.
I want a dish with ham. Ik wil een gerecht met ham.
I want access to my invoices. Ik wil toegang tot mijn facturen.
I want coffee with milk. Ik wil koffie met melk.
I want my key back. Ik wil mijn sleutel terug.
I want that ik wil dat
I want the chicken with cheese, please. Ik wil de kip met kaas, alstublieft.
I want to be a cat. Ik wil een kat zijn.
I want to be here. Ik wil hier zijn.
I want to buy a book. Ik wil een boek kopen.
I want to buy this dictionary. Ik wil dit woordenboek kopen.
I want to check out. Ik wil vertrekken.
I want to dance with my family. Ik wil dansen met mijn familie.
I want to drink some water. Ik wil water drinken.
I want to eat. Ik wil eten.
I want to emphasize again ik wil nog eens beklemtonen
I want to encourage my friend to go and exercise. Ik wil mijn vriend aanmoedigen om te gaan sporten.
I want to enjoy it. Ik wil ervan genieten.
I want to go home. Ik wil naar huis.
I want to go there once more. Ik wil daar nog een keer heen.
I want to go to Japan! Ik wil naar Japan!
I want to go to sleep tomorrow. Ik wil morgen gaan slapen.
I want to have it ik wil het hebben
I want to have that ik wil dat hebben
I want to know who paid for this. Ik wil weten wie hiervoor betaald heeft.
I want to leave now. Ik wil nu vertrekken.
I want to look for a job. Ik wil een baan zoeken.
I want to make love. Ik wil vrijen.
I want to marry a virgin. Ik wil graag met een maagd trouwen.
I want to read with my family. Ik wil met mijn familie lezen.