Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - A

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2161) B (755) C (1268) D (874) E (544) F (756) G (445) H (1177) I (2038) J (132) K (83) L (543) M (764) N (385) O (457) P (915) Q (43) R (550) S (1925) T (7326) U (167) V (129) W (1247) X (4) Y (383) Z (21)
English Dutch Recording Learn
a freelance job een freelance opdracht
a Frenchman een Fransman
a fried egg een gebakken ei
a friend een vriend
A front door and a window were damaged. Een voordeur en een raam zijn beschadigd.
a frugal sip of tea een zuinig slokje thee
a fruit een vrucht
a fruit stand een fruitkraam
a fruitful year een vruchtbaar jaar
a full democracy een volledige democratie
a fun package een pretpakket
a game een spel
a games room een speelkamer
a garden een tuin
a gardener een tuinman
a gene een gen
a general power cut een algemene stroomonderbreking
a ghost een schim
a gift een geschenk
a gift from my aunt een cadeautje van mijn tante
a girl een meisje
A girl doesn't dare to go home for fear of punishment and cold. Een meisje durft niet naar huis uit angst voor straf en kou.
A girl was injured in her face at the level of the neck and ear. Een meisje raakte daarbij gewond in haar aangezicht ter hoogte van de hals en het oor.
a glancing blow een schampschot
a glass een glas
a glass of red house wine een glas rode huiswijn
a glass of red wine een glas rode wijn
a glimpse een glimp
a go-getter een doorzetter
a goalkeeper een keeper
a god een god
a golden idol een gouden afgod
a good actor een goede acteur
a good day een goede dag
A good education is essential for a successful career. Een goede opleiding is essentieel voor een succesvolle loopbaan.
a good friend een goede vriend