Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - A

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2161) B (755) C (1268) D (874) E (544) F (756) G (445) H (1177) I (2038) J (132) K (83) L (543) M (764) N (385) O (457) P (915) Q (43) R (550) S (1925) T (7326) U (167) V (129) W (1247) X (4) Y (383) Z (21)
English Dutch Recording Learn
a lawnmower een grasmaaier
a lawyer een advocaat
a leading company een toonaangevend bedrijf
a leading company een vooraanstaand bedrijf
a leaf een blad
a leaf of a tree een blad van een boom
a legal practitioner een wetsgeneesheer
a legal tender een wettelijk betaalmiddel
a legislation een wetgeving
a lemon een citroen
a lemonade with freshly squeezed juice limonade met vers geperst sap
A lemonade, please. Limonade aub.
a letter een brief
a lettuce een sla
a liar that is right, that’s true een treuzelaar dat klopt, dat is waar
a library een bibliotheek
a license een licentie
A license is an official permission from the government to carry out a particular activity. Een vergunning is een officiële toestemming van de overheid om een bepaalde activiteit uit te voeren.
A lie has no legs. Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel.
a life een leven
a lifeless body een levenloos lichaam
a lifeless city een levenloze stad
a lift een lift
a light in the distance een licht in de verte
a list of textbooks een lijst met schoolboeken
a little een beetje
a little bit of yeast een klein beetje zuurdeeg
a little guy with mouse-coloured hair een klein ventje met muiskleurig haar
a little help een beetje hulp
a little less please een beetje minder alstublieft
a little money een beetje geld
a little more please een beetje meer alstublieft
a little stubborn een beetje koppig
a livable life een leefbaar leven
a living room een woonkamer
a lizard een hagedis