Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - A

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2102) B (749) C (1246) D (861) E (542) F (749) G (443) H (1139) I (1995) J (126) K (83) L (528) M (747) N (384) O (451) P (898) Q (36) R (538) S (1881) T (7218) U (162) V (129) W (1220) X (4) Y (380) Z (21)
English Dutch Recording Learn
a dark patchwork of fields and trees een donkere lappendeken van velden en bomen
a dark secret een duister geheim
a date een date
a daughter een dochter
A daughter is a person of the female gender in relation to one or two parents. Een dochter is een persoon van het vrouwelijk geslacht in relatie tot een of twee ouders.
a day een dag
a declaration een aangifte
a decrease een afname
a deep bunker een diepe bunker
a delicious cake een heerlijke taart
a dentist een tandarts
a desert een woestijn
a desk een bureau
a different opinion een andere mening
a difficult trick question een moeilijke strikvraag
a dinner een diner
a dirt road through the grain een zandweg tussen koren door
a disaster een ramp
a disease of the connective tissue een aandoening van het bindweefsel
a dish een gerecht
a dish of cold meats een schotel koud vlees
a dishwasher een vaatwasser
A dismissed employee can receive monetary compensation. Een ontslagen werknemer kan een financiële vergoeding ontvangen.
a disorder een stoornis
a disputable penalty een betwistbare strafschop
a distant star een verre ster
a distorted image een vertekend beeld
a divorce een echtscheiding
a doctor een dokter
a document een document
a dog een hond
a doll een pop
a doll’s house een poppenhuis
a donation een schenking
a donkey een ezel
a donut een donut