Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - A

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2161) B (755) C (1268) D (874) E (544) F (756) G (445) H (1177) I (2038) J (132) K (83) L (543) M (764) N (385) O (457) P (915) Q (43) R (550) S (1925) T (7326) U (167) V (129) W (1247) X (4) Y (383) Z (21)
English Dutch Recording Learn
a purple cow een paarse koe
a purple wax seal een paarse lakzegel
a queen een koningin
a question een vraag
a question mark een vraagteken
A quick jerk of the wheel saved us. Een snelle ruk aan het stuur redde ons.
a quick mention een snelle vermelding
a quiver with arrows een koker met pijlen
a rabbit een konijn
a ragged robe een haveloos gewaad
a railway een spoorweg
A rainbow appears in the sky. Er verschijnt een regenboog aan de hemel.
a rare weather phenomenon een zeldzaam weerfenomeen
a raven een raaf
A raven is as black as coal. Een raaf is zwart als kool.
a razor een scheermes
a real revolution een echte omwenteling
a real trick question een echte strikvraag
a recommendation een aanbeveling
a reconstruction of an eventful day een reconstructie van een bewogen dag
a red apple een rode appel
a red car een rode auto
a red cherry een rode kers
a red cross een rood kruis
a red ladybird een rood lieveheersbeestje
a red rose een rode roos
a red strawberry een rode aardbei
a red wine een rode wijn
a referee een scheidsrechter
a reflection een weerspiegeling
a reflection of society een weerspiegeling van de maatschappij
a refrigerator een koelkast
a regional road een gewestweg
a rejection een verwerping
a relative een bloedverwant
a relief een opluchting