Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - A

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2161) B (755) C (1268) D (874) E (544) F (756) G (445) H (1177) I (2038) J (132) K (83) L (543) M (764) N (385) O (457) P (915) Q (43) R (550) S (1925) T (7326) U (167) V (129) W (1247) X (4) Y (383) Z (21)
English Dutch Recording Learn
a new quill een nieuwe ganzenveer
a new rescue ship een nieuw reddingsschip
a new robe een nieuw gewaad
a new rock band een nieuwe rockband
a new ship een nieuw schip
a new shooting een nieuwe schietpartij
a new start een nieuwe start
a new weapon een nieuw wapen
a newspaper clipping een krantenknipsel
a nice house een mooi huis
a nice sweater een mooie trui
a night in jail een nacht in de cel
a night shop een nachtwinkel
a non-governmental organisation een niet-gouvernementele organisatie
a notice een mededeling
a number of battle states een aantal strijdstaten
A number of Brussels taxi associations today left the Brussels inner ring paralysed. Een aantal Brusselse taxi verenigingen leggen vandaag de Brusselse kleine ring lam.
a number of conditions een aantal voorwaarden
a number of guys een aantal kerels
a number of sanctions een aantal sancties
a nun een non
a nutshell een notendop
A one-way ticket, please. Enkele reis, graag.
a package een pakket
a page een pagina
a painful cyst een pijnlijke cyste
a parent een ouder
A parked car was blocking my driveway. Een geparkeerde auto versperde mijn oprit.
a parking een parkeergelegenheid
a particular neighbourhood een bepaalde wijk
a patient een patiënt
a paw een poot
a pear een peer
a pebble een steentje
a pepper een peper
a person een persoon