Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - A

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2161) B (755) C (1268) D (874) E (544) F (756) G (445) H (1177) I (2038) J (132) K (83) L (543) M (764) N (385) O (457) P (915) Q (43) R (550) S (1925) T (7326) U (167) V (129) W (1247) X (4) Y (383) Z (21)
English Dutch Recording Learn
a magnet een magneet
a main course een hoofdgerecht
a major air raid een grote luchtaanval
a major reform een ingrijpende hervorming
a male friend een mannelijke vriend
a malnourished vulture een ondervoede gier
a malty taste een moutige smaak
a man een man
a man and a woman een man en een vrouw
a man in his seventies een zeventiger
a man in his sixties een zestiger
a man with a beard een man met een baard
a man with leprosy een melaatse man
a managerial position een leidinggevende functie
a map een plattegrond
a maple een esdoorn
a market een markt
a market leader in the manufacturing sector een marktleider in de productiesector
a mask een masker
a maze een doolhof
a meal een maaltijd
a measly dwarf een miezerige dwerg
a measuring stick een meetlat
A memory is an experience from the past that is stored in memory. Een herinnering is een ervaring uit het verleden die in het geheugen is opgeslagen.
a memory like a sieve een geheugen als een zeef
A mention in the footnote is sufficient. Een vermelding in de voetnoot is voldoende.
a menu please een menu aub
a mere een simpele
a message een bericht
a metal detector een metaaldetector
a metal drawer een metalen lade
a metal tube een metalen buis
a microwave een magnetron
a mine een mijn
a misconception een misvatting
a mistake een vergissing