Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - I

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2102) B (749) C (1246) D (861) E (542) F (749) G (443) H (1139) I (1995) J (126) K (83) L (528) M (747) N (384) O (451) P (898) Q (36) R (538) S (1881) T (7218) U (162) V (129) W (1220) X (4) Y (380) Z (21)
English Dutch Recording Learn
I want to talk to the Australian embassy. Ik wil met de Australische ambassade spreken.
I want to talk to the British embassy. Ik wil met de Britse ambassade spreken.
I want to talk to the Canadian consulate. Ik wil met het Canadese consulaat spreken.
I want to talk to you before you leave. Ik wil u spreken voordat u weggaat.
I want to thank you for what you did for Tom. Ik wil jullie graag bedanken voor hetgeen jullie voor Tom hebben gedaan.
I want to walk. Ik wil lopen.
I want to work. Ik wil werken.
I want vengeance. Ik wil wraak.
I want you to come here. Ik wil dat je hier komt.
I want you to dig a hole. Ik wil dat je een gat graaft.
I want you to stay with Tom. Ik wil dat je bij Tom blijft.
I want your book, please. Ik wil je boek alsjeblieft.
I wanted to adjust it a bit. Ik wilde het een beetje aanpassen.
I wanted to hire a coach. Ik wilde een touringcar huren.
I warned you in advance. Ik heb je van tevoren gewaarschuwd.
I was ik was
I was a child, how could I know that that would pass forever Ik was een kind, hoe kon ik weten dat dat voorgoed voorbij zou gaan
I was a kid and didn’t know any better than that it would never pass ik was een kind en wist niet beter dan dat ’t nooit voorbij zou gaan
I was absolutely amazed. Ik was helemaal verbijsterd.
I was as cool as a cucumber. Ik was zo kalm als een komkommer.
I was born in 1976. Ik ben geboren in negentienhonderd zesenzeventig.
I was born in Chicago. Ik ben geboren in Chicago.
I was born in February. Ik ben geboren in februari.
I was born on the 16th of June 1978. Ik ben geboren op 16 juni 1978.
I was born on the 22nd of June 1976. Ik ben geboren op 22 juni 1976.
I was contributing. Ik was aan het bijdragen.
I was contributing. Ik leverde een bijdrage.
I was deceived by him. Hij heeft me bedrogen.
I was devastated when I heard the truth. Ik was verpletterd toen ik de waarheid hoorde.
I was feeling confident. Ik voelde me zelfzeker.
I was looking for ik zocht
I was looking for the remote. Ik zocht de afstandsbediening.
I was lost in the crowd. Ik raakte verdwaald in de menigte.
I was raped. Ik ben verkracht.
I was skiing. Ik skiede.
I was somewhere else. Ik was ergens anders.