Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - A

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2161) B (755) C (1268) D (874) E (544) F (756) G (445) H (1177) I (2038) J (132) K (83) L (543) M (764) N (385) O (457) P (915) Q (43) R (550) S (1925) T (7326) U (167) V (129) W (1247) X (4) Y (383) Z (21)
English Dutch Recording Learn
a chicken een kip
a child een kind
a chili pepper een chilipeper
A chirp was heard, and all the animals of the eggs came alive and stuck their heads out of the egg shells. Een gepiep deed zich horen, en al de dooren van de eieren waren levend geworden en staken de kopjes uit de schalen.
a chocolate een chocolade
a choice een keuze
a Christmas een kerst
a chubby woman een mollige vrouw
a city een stad
a claimant and a defendant een eiser en een verweerder
a classmate een klasgenoot
a clean place een reine plaats
a clean turban een schone tulband
a clear sky een heldere hemel
a clever trick question een slimme strikvraag
a clock een klok
a clock radio een wekkerradio
a close relationship een hechte relatie
A closed fist can indicate stress. Een gebalde vuist kan stress aanduiden.
A clothes hanger is a piece of wood, metal or plastic, in the shape of the human shoulders and has a hook on the top. Een kledinghanger is een stuk hout, metaal of kunststof, in de vorm van de menselijke schouders en heeft een haak aan de bovenzijde.
A cloud is condensed water vapour. Een wolk is gecondenseerde waterdamp.
a coach een coach
a coal mine een kolenmijn
a cobbled street een met keien geplaveide straat
a coffee een koffie
A coffee with milk, please. Een koffie met melk, alstublieft.
a cold een verkoudheid
a cold shower een koude douche
a collapsed lung een klaplong
a collapsible brass telescope een opvouwbare koperen telescoop
a collection een verzameling
a collision een botsing
a commitment een toezegging
a common enemy een gemeenschappelijke vijand
a community een gemeenschap
a company een onderneming