Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - H

0 (2) 1 (19) 2 (10) A (782) B (1190) C (214) D (4217) E (1689) F (214) G (977) H (2497) I (1511) J (314) K (809) L (490) M (795) N (436) O (877) P (548) Q (2) R (428) S (1176) T (1161) U (212) V (1370) W (1264) X (3) Y (88) Z (1054)
Dutch Recording English Learn
het poeder
the powder
het politiebureau
the police station
het postkantoor
the post office
het potlood
the pencil
het pretpark
the amusement park
het probleem
the problem
Het probleem is goed uitgelegd.
The problem was well explained.
Het probleem kan op elk moment optreden.
The problem can occur at any time.
het procent
the percent
het proces
the process
het product
the product
Het product moet deugdelijk zijn om te verkopen.
The product must be of good quality to sell.
het profiel
the profile
het programma
the program
het project
the project
Het project is een initiatief van de gemeenschap.
The project is a community initiative.
Het project kan wel alleen slagen als voldoende andere bedrijven mee op de kar springen.
The project can only succeed if enough other companies jump on the bandwagon.
het protest
the protest
het puin
the debris
het punt
the point
het raadhuis
the town hall
het raadhuis met een pomp ervoor
the town hall with a pump in front of it
het raadsel
the riddle
het raamkozijn
the window frame
het raamkozijn
the window frame
het racisme
the racism
het recht
the right
het reekshoofd
the seed (in a competition)
Het regent niet.
It’s not raining.
Het regent niet. Het sneeuwt.
It’s not raining. It’s snowing.
het reine water
the pure water
het reisbureau
the travel agency
Het repareren van de fiets bleek een peulenschil te zijn.
Fixing the bike turned out to be a piece of cake.
het restaurant
the restaurant
het restaurant
the restaurant
Het restaurant bevalt mij prima.
The restaurant suits me just fine.