Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - I

0 (2) 1 (14) 2 (9) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2046) B (734) C (1234) D (851) E (539) F (739) G (438) H (1121) I (1978) J (126) K (81) L (516) M (734) N (378) O (443) P (889) Q (35) R (528) S (1852) T (7132) U (159) V (129) W (1203) X (4) Y (377) Z (21)
English Dutch Recording Learn
I don’t want to be forced to turn on my webcam. Ik wil niet gedwongen worden om mijn webcam aan te zetten.
I don’t want to continue pressing the issue. Ik wil niet blijven aandringen.
I don’t want to jump to any conclusions. Ik wil geen voorbarige conclusies trekken.
I don’t want to lose my customers. Ik wil mijn klanten niet verliezen.
I don’t want to offend you ik wil jullie niet beledigen
I don’t want to speak about myself. Ik wil niet van mij zelf spreken.
I don’t want to speak for myself. Van mij zelf wil ik niet spreken.
I don’t want to talk about it anymore. Ik wil er niet meer over praten.
I don’t want to work with Tom. Ik wil niet met Tom samenwerken.
I don’t wear a tie. Ik draag geen das.
I drink ik drink
I drink a lot of wine. Ik drink veel wijn.
I drink too much coffee. Ik drink te veel koffie.
I drive fast. Ik rij snel.
I drive on the regional road. Ik rijd op de gewestweg.
I eat a lot of pork. Ik eet veel varken.
I eat a lot of turkey. Ik eet veel kalkoen.
I eat bananas. Ik eet bananen.
I ended up in hospital last night. Ik kwam gisteravond in het ziekenhuis terecht.
I even work on Sundays. Ik werk zelfs op zondag.
I excited her. Ik heb haar opgewonden.
I expected worse. Ik verwachtte slechter.
I fastened my belt. Ik gespte mijn riem vast.
I fear ik ben bang
I fear retaliation. Ik vrees vergelding.
I feel depressed. Ik voel me terneergeslagen.
I feel dizzy every time I get up. Telkens wanneer ik recht sta, voel ik mijn hoofd draaien.
I feel dizzy. Ik ben duizelig.
I feel guilty about it. Ik voel me schuldig hiervoor.
I feel somewhat obligated. Ik voel me enigszins verplicht.
I fell asleep while I was watching TV. Ik viel in slaap terwijl ik tv keek.
I felt cheated. Ik voelde me bedrogen.
I felt myself being pulled towards the abyss. Ik voelde me naar de afgrond getrokken.
I felt really miserable. Ik voelde me echt ellendig.
I felt safe when he was with me. Ik voelde me veilig wanneer hij bij me was.
I felt uncomfortable during the conversation. Ik voelde me ongemakkelijk tijdens het gesprek.