Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - A

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2161) B (755) C (1268) D (874) E (544) F (756) G (445) H (1177) I (2038) J (132) K (83) L (543) M (764) N (385) O (457) P (915) Q (43) R (550) S (1925) T (7326) U (167) V (129) W (1247) X (4) Y (383) Z (21)
English Dutch Recording Learn
a beggar een bedelaar
a bicycle shop een fietsenwinkel
a big banner een groot spandoek
a big difference een groot verschil
a big fireball een grote vuurbal
a big house een groot huis
a big mistake een grote vergissing
a big secret een groot geheim
a big shift een grote verschuiving
a big, fat earwig een grote, dikke oorwurm
a big, ugly doll een grote, oerlelijke pop
A bike ride along the river is very relaxing. Een fietstocht langs de rivier is erg ontspannend.
a bipolar disorder een bipolaire stoornis
a bird een vogel
A bird is incessantly singing on my balcony. Een vogel zingt onophoudelijk op mijn balkon.
a birth een geboorte
a birthday een verjaardag
a bit een beetje
a bit too obvious een beetje erg doorzichtig
a black cat een zwarte kat
a black coat een zwarte vacht
a black robe een zwart gewaad
a blazing fire een laaiend vuur
a blender een blender
a blessing een zegen
a blind man een blinde man
a block een blok
a blood sample een bloedmonster
a boiled egg een gekookt ei
A bomb shelter is a basement to protect the population from air raid and other types of danger. Een schuilkelder is een kelder om de bevolking te beschermen tegen een luchtaanval en andere soorten van gevaar.
a book een boek
a bottle een fles
a bottle of milk een fles melk
a boulder een kei
a bow een buiging
a bowl een kom