Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - K

0 (2) 1 (18) 2 (9) A (789) B (1214) C (215) D (4279) E (1733) F (213) G (984) H (2527) I (1522) J (318) K (817) L (493) M (808) N (441) O (886) P (551) Q (2) R (432) S (1191) T (1170) U (214) V (1394) W (1277) X (3) Y (88) Z (1071)
Dutch Recording English Learn
kijken
to watch
kijkt
watches (3rd person singular)
kijkt
looks (3rd person singular)
kikker
frog
kikkererwten
chickpeas
kikkers
frogs
kil
chilly
kilo
kilos
kilometer
kilometer
kilometers
kilometers
kin
chin
kind
child
kinder
children’s
kinderen
children
Kinderen groeien snel op.
Children grow up quickly.
Kinderen hebben een verbazingwekkend vermogen voor taalverwerving.
Language acquisition is a complex process that begins at birth.
Kinderen houden van ijs.
Children like ice cream.
Kinderen houden van spelletjes spelen.
Children love to play games.
Kinderen houden van zingen.
Children love to sing.
Kinderen kunnen door het lint gaan als ze hun favoriete speelgoed verliezen.
Children can go crazy when they lose their favourite toys.
Kinderen kunnen gemakkelijk hurken.
Children can easily squat.
Kinderen kunnen soms hebberig zijn.
Children can be greedy sometimes.
Kinderen moeten altijd onder toezicht zijn bij het zwembad om verdrinking te voorkomen.
Children should always be supervised at the pool to prevent drowning.
Kinderen verdrongen zich bij de ingang van de speeltuin.
Children crowded at the entrance to the playground.
Kinderen, gehoorzaam je ouders.
Children, obey your parents.
kindermisbruik
child abuse
kindermoord
infanticide
kinderwagen
stroller
kinesist
physical therapist
kinkhoest
whooping cough
Kinkhoest is in opmars in Nederland.
Whooping cough is on the rise in the Netherlands.
kiosk
news stand
kip
chicken
kipje
chicken (diminutive)
kippen
chickens
kist
chest (large box)