Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - S

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2102) B (749) C (1246) D (861) E (542) F (749) G (443) H (1139) I (1995) J (126) K (83) L (528) M (747) N (384) O (451) P (898) Q (36) R (538) S (1881) T (7218) U (162) V (129) W (1220) X (4) Y (380) Z (21)
English Dutch Recording Learn
She lit another match. Zij stak nog een lucifertje aan.
She lives in the United Kingdom. Zij woont in het Verenigd Koninkrijk.
She lives in this village. Ze woont in dit dorp.
She looked at me in surprise. Ze keek me verbaasd aan.
She looked at me with a confused expression. Ze keek me met een verwarde blik aan.
She looked at the bearded stranger. Zij keek naar de bebaarde vreemdeling.
She looked behind. Ze keek erachter.
She looked both angry and worried. Ze keek zowel nijdig als bezorgd.
She looked excited. Zij leek opgewonden.
She looks at the broken vase in dismay. Ze kijkt ontsteld naar de gebroken vaas.
She loves animals. Zij houdt van dieren.
She lovingly stroked his beard. Ze streelde liefdevol zijn baard.
She made breakfast. Zij maakte ontbijt.
She made fun of my acne. Ze spotte met mijn acne.
She moans at you. Zij tegen je kermt.
She must be somewhere. Ze moet ergens zijn.
She must do her homework. Ze moet haar huiswerk maken.
She no longer responded to my messages. Ze reageerde niet meer op mijn berichten.
She nodded, beaming. Ze knikte stralend.
she now saw them like stars in the sky zij zag ze nu als sterren aan den hemel
She only has a fever, but bad. Ze heeft alleen koorts, maar behoorlijk.
She ordered an ice cream. Ze bestelde een ijsje.
She painted with spray cans on the wall. Ze schilderde met spuitbussen op de muur.
she passed ze is geslaagd
She persecutes people because of their religion. Ze vervolgt mensen vanwege hun religie.
She plays the guitar. Ze speelt gitaar.
She plays the piano. Zij speelt piano.
She practices divination with tarot cards. Zij beoefent waarzeggerij met tarotkaarten.
She puts a lot of sugar in her coffee. Ze doet veel suiker in haar koffie.
She puts on her anorak. Ze trekt haar anorak aan.
She quickly got up. Ze kwam snel overeind.
She quit the company. Ze heeft de firma verlaten.
She rarely got visitors, because the other ducks preferred to swim in the canal, than to come out of the water to talk to her. Daarbij kreeg zij zelden bezoek, want de andere eenden zwommen liever in de gracht rond, dan dat zij eens uit het water kwamen om met haar te praten.
She reads books. Ze leest boeken.
She really likes cats a lot. Ze houdt heel erg van katten.
She rejected the foolish idea and opted for a better approach. Ze verwierp het dwaze idee en koos voor een betere aanpak.