Understand spoken Dutch

English-Dutch Dictionary - I

0 (2) 1 (13) 2 (8) 3 (1) 4 (1) 6 (1) 7 (1) 8 (1) 9 (1) A (2102) B (749) C (1246) D (861) E (542) F (749) G (443) H (1139) I (1995) J (126) K (83) L (528) M (747) N (384) O (451) P (898) Q (36) R (538) S (1881) T (7218) U (162) V (129) W (1220) X (4) Y (380) Z (21)
English Dutch Recording Learn
implementation implementatie
implication implicatie
implications gevolgen
impolitely onbeleefd
import import
import invoer
import (plural) importeren
import duties importheffingen
import duties invoerheffingen
important belangrijk
important (inflected form) belangrijke
imposed opgelegde
impossible (long form) onmogelijke
impossible onmogelijk
impoverishes (3rd person singular) verarmt
impression indruk
impressive indrukwekkend
imprisonment gevangenschap
imprisonment hechtenis
imprisonment gevangenisstraf
improper recruiting practices ongepaste wervingspraktijken
improvement verbetering
impunity straffeloosheid
Impunity encourages crime. De straffeloosheid moedigt misdaad aan.
Impunity undermines the legal system. Straffeloosheid ondermijnt het rechtssysteem.
in aan
in over
in in
in op
in van
In a corner formed by two houses, one of which protruded a little more than the other, she squatted down. In een hoek, die gevormd werd door twee huizen, waarvan het ene een weinig meer dan het andere vooruitsprong, zette zij zich op haar hurken neer.
In a democracy it is important that the press is independent. In een democratie is het belangrijk dat de pers onafhankelijk is.
In a few moments you will receive a confirmation. Binnen enkele ogenblikken ontvangt u een bevestiging.
in a fit of sobs in een toeval van gesnik
in a hoarse whisper op schorre fluistertoon
in a large hotel in een groot hotel