Understand spoken Dutch

Dutch-English Dictionary - V

0 (2) 1 (18) 2 (9) A (796) B (1223) C (216) D (4316) E (1760) F (214) G (990) H (2556) I (1541) J (322) K (827) L (498) M (821) N (442) O (891) P (564) Q (2) R (441) S (1198) T (1171) U (216) V (1405) W (1287) X (3) Y (88) Z (1082)
Dutch Recording English Learn
Voor haar is geld een afgod.
For her, money is an idol.
voor half acht
for half past seven
voor hem
for him
Voor hem is de voetballer zijn afgod.
For him, the footballer is his idol.
Voor het geval dat.
Just in case.
Voor het honkbalspel zijn een handschoen, een knuppel en een bal nodig.
The game of baseball requires a glove, a bat and a ball.
Voor hoeveel personen?
For how many people?
Voor hoeveel?
For how many?
voor later
for later
voor lunch en diner
for lunch and dinner
voor mij
for me
Voor mij is het weekend muziek.
For me, the weekend is music.
Voor mijn aankopen heb ik contant betaald.
I paid for my purchases in cash.
voor morgen
for tomorrow
Voor morgenavond.
For tomorrow night.
Voor ontvangen oproepen daalt de prijs van 7 naar 5 cent.
For received calls, the price drops from 7 to 5 cents.
voor te bereiden
to prepare
voor te stellen
to introduce (long form)
Voor vanavond.
For tonight.
Voor welke datum?
For what date?
Voor wie ben je bang?
Who are you afraid of?
Voor zijn nieuwe woning deed Rembrandt een aanbetaling van een vierde van de totale prijs.
Rembrandt made a deposit of one quarter of the total price for his new home.
vooraan
at the front
vooraan
in the front
vooraanstaand
leading
vooraf
in advance
voorafbetalingen
advance payments
voorafgaand
prior
voorafgaande
previous
voorafgaande voorwaarden
preconditions
voorafgegaan
preceded
voorafje
appetizer
vooral
especially
vooraleer
before
Vooraleer te sterven wil ik Angkor Wat bezoeken.
I’d like to visit Angkor Wat before I die.
vooralsnog
for the time being