Summary
The Dutch translation for “it” is het.
Examples of "it" in use
There are 467 examples of the Dutch word for "it" being used:
Recording |
English |
Dutch |
Learn |
|
It isn’t clear whether she would agree. |
Het is niet duidelijk of ze zal instemmen. |
|
|
It was an awkward silence. |
Het was een ongemakkelijke stilte. |
|
|
It was uncomfortably quiet in the room. |
Het was onbehaaglijk stil in de kamer. |
|
|
They sold it as a set, not separately. |
Ze verkochten het als een stel, niet apart. |
|
|
It can be confusing for the user. |
Het kan voor de gebruiker verwarrend zijn. |
|
|
It’s becoming more and more popular. |
Het is steeds populairder aan het worden. |
|
|
First later on the day it became quiet; but the poor duckling did not dare to get up yet; it waited several hours more, before it turned around, and then it rushed out of the swamp as fast as it could. |
Eerst laat op de dag werd het stil; maar het arme eendje durfde nog niet opstaan; het wachtte nog verscheidene uren, voordat het omkeek, en toen snelde het uit het moeras weg, zo vlug als het maar kon. |
|
|
It went from pride to sadness in one day. |
Het ging van fierheid naar verdriet op een dag. |
|
|
I do not know whether to accept or to refuse. |
Ik weet niet of ik het zou aanvaarden of afwijzen. |
|
|
It lay there for two whole days; then two wild geese or, rather said, gannets came to him; it was not that long ago that they hatched from the egg, and that is why they were so overconfident. |
Zo lag het twee hele dagen; toen kwamen er twee wilde ganzen of, liever gezegd, genten naar hem toe; het was nog niet lang geleden, dat zij uit het ei gekropen waren, en daarom waren zij zo overmoedig. |
|