Summary
The Dutch translation for “it” is het.
Examples of "it" in use
There are 467 examples of the Dutch word for "it" being used:
Recording |
English |
Dutch |
Learn |
|
It lay in the swamp among the reeds when the sun began to shine warmly again. |
Het lag in het moeras tussen het riet, toen de zon weer warm begon te schijnen. |
|
|
It’s hard to fight against what you can’t see. |
Het is moeilijk om te vechten waartegen je niet kunt zien. |
|
|
I couldn't get them in; no matter how much it quacked, it didn't help me! |
Ik kon ze er maar niet in krijgen; hoe ik ook kwakte, het hielp mij niemendal! |
|
|
It’ll be difficult to glue the two pieces together. |
Het zal moeilijk zijn om de twee stukken aan elkaar te lijmen. |
|
|
At first, Tom thought French was difficult, but now he thinks it’s easy. |
Aanvankelijk vond Tom Frans moeilijk, maar nu vindt hij het makkelijk. |
|
|
Now it felt quite ashamed, and hid his head under his wings. |
Nu gevoelde het zich geheel beschaamd en stak zijn kop onder zijn vleugels |
|
|
“It has been in the egg for too long, and that is why it has become deformed!a little!” |
“Het heeft te lang in het ei gezeten, en daardoor is het wat mismaakt geworden!” |
|
|
“I think it will grow up well and get smaller over time.” |
“Ik denk wel, dat het goed zal opgroeien en mettertijd wat kleiner worden.” |
|
|
And immediately an old duck flew to the poor beast and bit it in the neck. |
En terstond vloog er een oude eend naar het arme beest toe en beet het in de nek. |
|
|
But you are uncontrollable, and it is anything but enjoyable to spend time with you |
Maar er is geen huis met je te houden, en het is alles behalve plezierig, met jou om te gaan |
|