Summary
The Dutch translation for “it” is het.
Examples of "it" in use
There are 467 examples of the Dutch word for "it" being used:
Recording |
English |
Dutch |
Learn |
|
It’s a pleasure to meet you. |
Het is een genoegen om je te ontmoeten. |
|
|
I can’t emphasize it enough. |
Ik kan het niet genoeg benadrukken. |
|
|
She did it the old fashioned way. |
Ze deed het op een ouderwetse manier. |
|
|
There it lay down quite exhausted |
Daar bleef het geheel uitgeput liggen. |
|
|
but it makes me rather melancholic |
maar het maakt me wat melancholiek |
|
|
it truly did not think to marry |
het dacht er waarlijk niet aan te trouwen |
|
|
It was summer, the corn was ripe, the hay stood on the green pastures and the stork was walking on its long, red legs and talking Egyptian; because he had learned this language from his mother. |
Het was zomer, het koren was rijp, het hooi stond op de groene weiden aan oppers, en de ooievaar liep op zijn lange, rode poten en praatte Egyptisch; want deze taal had hij van zijn moeder geleerd. |
|
|
It’s a very difficult tongue-twister. |
Het is een erg lastige tongbreker. |
|
|
If I forward this dossier, it becomes official. |
Als ik dit dossier doorstuur, wordt het officieel. |
|
|
Splash! Splash! it went again, without him grabbing it. |
Plof! plof! ging het weer, zonder dat hij het beetpakte. |
|