Summary
The Dutch translation for “it” is het.
Examples of "it" in use
There are 467 examples of the Dutch word for "it" being used:
Recording |
English |
Dutch |
Learn |
|
Could it perhaps be a turkey chick? |
Zou het misschien een kalkoens kuikentje zijn? |
|
|
it will have to go in the water, even if I have to push it in myself |
in het water moet het, al zou ik het er ook zelf induwen |
|
|
This river is dangerous to swim in. |
Het is gevaarlijk om in deze rivier te zwemmen. |
|
|
After saying this, she grabbed it and stroked its feathers smooth. |
Dit zeggende, pakte zij het beet en streek zijn veren glad. |
|
|
“You have to decide that for yourself,” continued the old duck and left. |
“Je moet het zelf weten,” hernam de oude eend en ging weg. |
|
|
It is a cartilage, a flexible, elastic tissue. |
Het is kraakbeen, een elastisch, buigzaam weefsel. |
|
|
You cannot make a silk purse from a sow’s ear. |
Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. |
|
|
Oh, it could not forget those beautiful, happy birds |
O, het kon die mooie, gelukkige vogels niet vergeten |
|
|
it was overwhelmed with happiness, and yet not at all proud |
het was overgelukkig, maar volstrekt niet trots |
|
|
I forgot that today was Tom’s birthday. |
Ik was vergeten dat het Tom zijn verjaardag was vandaag. |
|