Understand spoken Dutch

Conjunctions Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
When are we going to the beach? Wanneer gaan we naar het strand?
Tom is exactly the same age as Mary. Tom is precies even oud als Mary.
Where do you live now? Waar woon je tegenwoordig?
I wonder whether Tom is alive. Ik vraag me af of Tom nog leeft of niet.
Would you go to Boston if you had the chance to? Zou je naar Boston gaan als je de kans had?
Such a thing will bring you only misery. Zo’n ding brengt alleen maar ellende.
Window or aisle? Raamplaats of gangplaats?
showed his sharp teeth and liet het zijn scherpe tanden zien en
when I was on my father’s garden path toen ik langs het tuinpad van m’n vader
Yes, do that! Added the chicken to this “Ja, doe dat maar!” Liet de kip hierop volgen.
Tom and Mary live in the same building. Tom en Mary wonen in hetzelfde gebouw.
I knew you were trouble the minute I saw you. Zodra ik je zag, wist ik dat je ellende zou brengen.
Here’s a list of things that Tom needs to do. Hier is een lijst met dingen die Tom moet doen.
and they clapped their hands and danced around en zij klapten in de handen en dansten in de rondte
When will the next concert happen? Wanneer zal het volgende concert optreden?
with country flowers and a hedge met boerenbloemen en een heg
Do you shave with shaving cream or soap? Scheer je met scheerschuim of zeep?
I would be grateful if you could do that for me. Ik zou dankbaar zijn als je dat voor me zou willen doen.
and along my father’s garden path I saw the tall trees standing en langs het tuinpad van m’n vader zag ik de hoge bomen staan
but with every night, the space on which he swam became smaller and smaller maar met iedere nacht werd het gat, waarin het zwom, al kleiner en kleiner