Understand spoken Dutch

Conjunctions Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
How do you use this card? Hoe gebruikt men die kaart?
Keep speaking, because you speak well. Blijf praten, want je spreekt goed.
Who would be able to understand you? Wie zou je dan kunnen begrijpen?
Tom has been here longer than Mary. Tom is hier langer geweest dan Mary.
free movement of people and goods vrij verkeer van mensen en goederen
Tom and Mary are both very happy here. Zowel Tom als Maria zijn erg gelukkig hier.
Whenever I see this, I remember him. Telkens als ik dit zie moet ik aan hem denken.
The little green owl has the best language school I know. De kleine groene uil heeft de beste talenschool die ik ken.
“But it is so delightful to swim about on the water,” said the duckling “Maar het is zo prettig, in het water te zwemmen,” zei het eendje
Leave that behind and teach your other children to swim! Laat dat maar liggen, en leer je andere kinderen liever zwemmen!
if only it could get the permit to lie in the reeds als het maar de vergunning kon krijgen, om in het riet te liggen
“The world is so big!” all the young ones said; because now they had much more space than in the egg. “Wat is de wereld toch groot!” zeiden al de jongen; want nu hadden zij heel wat meer plaats dan in het ei.
back and forth heen en weer
Where’s your husband? Waar is je man?
milk and feathers melk en veren
but of a swan maar van een zwaan
when we started toen we begonnen
Who’s shorter, Tom or Mary? Wie is kleiner, Tom of Mary?
The earth is smaller than the sun. De aarde is kleiner dan de zon.
We only have one thing left to do. We moeten maar één ding meer doen.