Summary
The Dutch translation for “it” is het.
Examples of "it" in use
There are 467 examples of the Dutch word for "it" being used:
Recording |
English |
Dutch |
Learn |
|
Nevertheless, the topic is worth discussing. |
Desalniettemin is het thema het discussiëren waard. |
|
|
I only want to live in an apartment if it has a balcony. |
Ik wil enkel in een appartement wonen als het een balkon heeft. |
|
|
For sure, her father would beat her, and at home it was also cold. |
Van haar vader zou zij zeker slaag krijgen, en thuis was het ook koud. |
|
|
How the fire burned, and spread such a delightful warmth! |
Wat brandde het vuur daarin, welk een heerlijke warmte gaf het van zich! |
|
|
We shouldn’t make it public. |
We moeten het niet aan de grote klok hangen. |
|
|
His arrogant behaviour made it difficult to collaborate with him. |
Zijn verwaand gedrag maakte het moeilijk om met hem samen te werken. |
|
|
“Well there, how are you?” an old duck asked, who came to visit her. |
“Wel zo, hoe gaat het?” vroeg een oude eend, die haar eens een bezoek kwam brengen. |
|
|
There were enough princesses; but he could not find out if they were real princesses. |
Prinsessen waren er genoeg; maar of het echte prinsessen waren, kon hij niet te weten komen. |
|
|
It was impossible to find a laptop with the two connections. |
Het was onmogelijk om een laptop met de twee aansluitingen te vinden. |
|
|
Lights were shining from every window, and there was a savoury smell of roast goose. |
Al de ramen waren helder verlicht, en het rook heerlijk naar ganzengebraad. |
|