Understand spoken Dutch

Verbs (past participle) Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
He felt somewhat disappointed by the outcome. Hij voelde zich enigszins teleurgesteld door het resultaat.
No one had bought any from her the whole day, nor had anyone given her even a penny. Niemand had er de hele dag een van haar gekocht, niemand had haar zelfs een aalmoes gegeven.
it was sad because it looked ugly and was mocked by everyone else het was treurig, omdat het er lelijk uitzag en door al de anderen bespot werd
No one had bought one from her all day, no one had even given her alms. Niemand had er den heelen dag een van haar gekocht, niemand had haar zelfs een aalmoes gegeven.
By the morning the wild ducks flew up and looked at their new companion. Tegen de morgen vlogen de wilde eenden op en bekeken haar nieuwe kameraad eens.
And that is what they did; but the other ducks around looked at them and said to each other: En dat deden zij; maar de andere eenden in de rondte bekeken ze en zeiden tegen elkaar:
After years of operation, the owner has decided to sell the business. Na jaren van uitbating heeft de eigenaar besloten om het bedrijf te verkopen.
Have you not come into a warm room and don’t you have a company from which you can learn something? Ben je niet in een warme kamer gekomen en heb je niet een gezelschap, waarvan je nog wat kunt leren?
Tom kicked Mary. Tom schopte Maria.
I got suspended. Ik werd geschorst.
She just left. Ze is net vertrokken.
We have taken office. Wij zijn aangetreden.
She has stumbled and fallen. Ze is gestruikeld en gevallen.
I just went to the sea. Ik ben louter naar de zee geweest.
By the way, have you read that book? Trouwens, heb je dat boek gelezen?
Tom tripped on a root. Tom is over een wortel gestruikeld.
Have you already read the newspaper today? Heb je vandaag de krant al gelezen?
Who won the game? Wie heeft de wedstrijd gewonnen?
Yes, there is a new one! Ja, er is een nieuwe bijgekomen!
We have scheduled an emergency meeting. Wij hebben spoedoverleg gepland.