Understand spoken Dutch

Verbs (past participle) Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
I met him by chance. Toevallig ben ik hem tegengekomen.
“Piep, piep!” said the duckling and it crawled out. “Piep, piep!” zei het jong en kroop er uit.
You’re not a morning person, I understand. Je bent geen ochtendmens, heb ik begrepen.
Traitors will be deported. Verraders zullen gedeporteerd worden.
I am used to low temperatures. Ik ben gewend aan lage temperaturen.
The bathroom needs to be cleaned urgently. De badkamer moet dringend gepoetst worden.
Could you explain in detail how you did that? Kan je in detail uitleggen hoe je dat gedaan hebt?
The experiment ended in failure. Het experiment eindigde in een mislukking.
“You have to decide that for yourself,” continued the old duck and left. “Je moet het zelf weten,” hernam de oude eend en ging weg.
This inspection must be carried out thoroughly. Deze inspectie moet grondig worden uitgevoerd.
His appointment will be announced tomorrow. Zijn aanstelling wordt morgen aangekondigd.
his tongue hung out of his mouth, and his eyes shot flames de tong hing hem uit de bek, en zijn ogen schoten vlammen
I happened to meet her in the street. Ik ben haar toevallig tegengekomen op straat.
Yesterday we cleaned the living room thoroughly. Gisteren hebben wij de woonkamer grondig gepoetst.
and on the hedge sat a raven and made her complain en op de heg zat een raaf en deed haar klagend gekras horen
The next morning they asked her how she had slept. De volgenden morgen vroeg men haar, hoe zij geslapen had.
After he’d been at the festival, he had problems with his hearing. Nadat hij op het festival was geweest, had hij last van zijn gehoor.
and the duckling sat in a corner, feeling very low spirited en het eendje zat in de hoek en voelde zich diep ongelukkig
The columns are made of reinforced concrete. De zuilen zijn gemaakt van gewapend beton.
That’s how it arrived at the great swamp, where the wild ducks lived. Zo kwam het aan het grote moeras, waar de wilde eenden woonden.