Understand spoken Dutch

Verbs (Present tense, 1st person singular) Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
“It might be true, but it is too big and it looks to strange,“ said the other duck, “that is why it has to have a bite.“ “Dat is wel mogelijk, maar het is te groot en ziet er zo vreemd uit,” zei de andere eend, “en daarom moet het eens een pikje hebben.”
It does not want to open; but look at the others: aren’t those the sweetest ducks that you have ever seen in your life? Het wil maar niet opengaan; maar kijk eens naar de anderen: zijn dat niet de liefste eendjes, die je ooit van je leven gezien hebt?
“Piff! Paff!” it sounded, and the two wild gannets fell dead in the reeds, and the water turned blood red. “Piefpafpoef!” klonk het juist, en de beide wilde genten vielen dood in het riet neer, en het water werd bloedrood gekleurd.
In the state of New York you must submit a plan of education, including a list of textbooks that you will use. In de staat van New York moet je een plan van onderwijs indienen, inclusief een lijst met schoolboeken die je gaat gebruiken.
“I will still sit on it for a bit longer,” answered the duck; “I’ve sat on it for so long already, so I can sit on it for a few more days!” “Ik zal er toch nog een beetje op blijven zitten,” antwoordde de eend; “ik heb er nu al zo lang op gezeten, en dus kan ik er nog wel een paar dagen op zitten!”
Near here in another swamp are some nice wild geese, all ladies, who, like you, can say “quack!”. Hier dichtbij in een ander moeras zijn enige aardige wilde ganzen, allemaal dames, die evenals jij “kwak!” kunnen zeggen.
I’m drooling. Ik kwijl.
in turmoil in rep en roer
I play chess. Ik schaak.
I replace ik vervang
I’m freezing. Ik bevries.
I suspect ik vermoed
hide me verberg mij
I want to make love. Ik wil vrijen.
I don’t wear a tie. Ik draag geen das.
see attachment zie bijlage
I hold grudges. Ik koester wrok.
I’m drowning! Ik verdrink!
I stumble ik struikel
I’m bored. Ik verveel me.