Understand spoken Dutch

Verbs (Present tense, 1st person singular) Examples Dutch lesson

Recording English Dutch Status
I cannot distinguish a frog from a toad. Ik kan een kikker niet van een pad onderscheiden.
An earthquake can happen at any time. Een aardbeving kan elk moment gebeuren.
The bathroom needs to be cleaned urgently. De badkamer moet dringend gepoetst worden.
Lay eggs or purr, and if not get out of here! Leg eieren of spin, en maak je anders uit de voeten!
Could you explain in detail how you did that? Kan je in detail uitleggen hoe je dat gedaan hebt?
If I forward this dossier, it becomes official. Als ik dit dossier doorstuur, wordt het officieel.
I can’t get my headphones off my head. Ik krijg mijn koptelefoon niet van mijn hoofd.
How do you know which brush or pencil you should use? Hoe weet je welke kwast of penseel je moet gebruiken?
I think we need to set some limits. Ik denk dat we enkele limieten moeten stellen.
Come on, let’s not distract Tom from his work. Kom op, laten we Tom niet afleiden van zijn werk.
I must draw attention to the following points. Ik moet de aandacht vestigen op de volgende punten.
In the garden, I walked around, humming with pure joy. In de tuin liep ik rond, neuriënd van pure blijdschap.
it will have to go in the water, even if I have to push it in myself in het water moet het, al zou ik het er ook zelf induwen
Can you move the appointment to tomorrow? Kan je de afspraak naar morgen verschuiven?
I’ve been feeling depressed lately. Ik ben de laatste tijd neerslachtig.
I have a natural ability in mathematics. Ik heb een natuurlijke aanleg voor wiskunde.
I am the guardian of my disabled brother. Ik ben de voogd van mijn gehandicapte broer.
“You have to decide that for yourself,” continued the old duck and left. “Je moet het zelf weten,” hernam de oude eend en ging weg.
This inspection must be carried out thoroughly. Deze inspectie moet grondig worden uitgevoerd.
An error may occur during installation. Een fout kan optreden tijdens de installatie.