Understand spoken Dutch

"on" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
on the fourteenth of July op de veertiende juli
The goat is standing on the mountain slope. De geit staat op de berghelling.
He chewed on his hamburger. Hij kauwde op zijn hamburger.
The poor duckling was teased by all; even his sisters were angry with him and kept saying, “If only the cat grabbed you, you ugly creature!” Het arme eendje werd door allen geplaagd; zelfs zijn zusters waren kwaad op hem en zeiden steeds: “Mocht de kat je maar beetpakken, jou lelijk schepsel!”
Police flash to order. Politie flitst op bestelling.
They built their house on a rock. Ze bouwden hun huis op een rots.
We got lost in the streets. We raakten verdwaald op straat.
He played Hamlet on stage. Hij speelde Hamlet op het toneel.
The farmer spreads manure on the field. De boer strooit mest op het veld.
The robber was lurking in an alley. De rover lag op de loer in een steegje.
She’s waiting for the handsome, blond prince. Ze wacht op de knappe, blonde prins.
Caterpillars often crawl on leaves. Rupsen kruipen vaak op bladeren.
He draws a cross on the paper. Hij tekent een kruis op het papier.
View the conditions on the intranet. Bekijk de voorwaarden op intranet.
a ban on slum rentals een verbod op sloppenwijkverhuur
The two were released on bail. De twee kwamen vrij op borgtocht.
He’s a real daredevil on his motorcycle. Hij is een echte waaghals op zijn motor.
Save it on the external hard drive. Sla het op op de externe harde schijf.
The man flew out of the bend on the circuit. De man vloog uit de bocht op het circuit.
This play was adapted from the novel. Dat toneelstuk is gebaseerd op de roman.