Skip to main content
Understand spoken Dutch
Search
User account menu
Show — User account menu
Hide — User account menu
Log in
Understand spoken Dutch
Main navigation
Show — Main navigation
Hide — Main navigation
Home
Online Lessons
Dictionary
FAQ
Donate
Blog
Testimonials
Contact
Breadcrumb
Home
Online Lessons
"it" Practice Lesson
"it" Practice Dutch lesson
Primary tabs
Summary
Quiz
Content
Secondary tabs
All
Words
Phrases
Learn
Recording
English
Dutch
Status
It could be any one of us.
Het kan eender wie van ons zijn.
It was wonderful outside on the land.
Het was heerlijk buiten op het land.
It won’t be easy for you.
Het zal niet gemakkelijk zijn voor jou.
I understand a little French, but I can’t speak it.
Ik begrijp een beetje Frans, maar ik kan het niet spreken.
It is really so.
Het is heus zo.
It falls apart.
Het valt uit elkaar.
No, it’s not a turkey.
Nee, het is geen kalkoen.
This isn’t my umbrella.
Het is niet mijn paraplu.
I know it’s their good right
ik weet wel het is hun goeie recht
“I made it myself,” he said proudly
“Ik heb het zelf gemaakt”, zei hij trots.
But what did it see now in the clear water?
Maar wat zag het nu in het heldere water?
It’s hard to tell you and your brother apart.
Het is moeilijk u van uw broer te onderscheiden.
It was a princess who stood outside in front of the gate.
Het was een prinses, die buiten voor de poort stond.
The next day it was beautiful, wonderful weather; the sun shone on all the green leaves.
De volgende dag was het mooi, heerlijk weer; de zon scheen op alle groene bladeren.
It’s expensive.
Het is duur.
She wants to do it.
Ze wil het doen.
It isn’t expensive.
Het is niet duur.
It is less boring.
Het is minder saai.
It takes two hours.
Het duurt twee uur.
It takes five hours.
Het duurt vijf uur.
Pagination
First page
« First
Previous page
‹ Previous
…
Page
3
Page
4
Page
5
Page
6
Current page
7
Page
8
Page
9
Page
10
Page
11
…
Next page
Next ›
Last page
Last »