Understand spoken Dutch

"will (singular)" Practice Dutch lesson

Recording English Dutch Status
I will sleep now. Ik zal nu slapen.
I’ll just check. Ik zal even polsen.
Tom won’t mind. Dat zal Tom niet storen.
I will have to report this. Ik zal dit moeten melden.
I’ll note the address. Ik zal het adres noteren.
He will try to come. Hij zal trachten te komen.
He will succeed to the throne. Hij zal de troon opvolgen.
He will perform tonight. Hij zal vanavond optreden.
You will live longer if you don’t smoke. Je zal langer leven als je niet rookt.
“Quack, quack! Come with me, then I will take you into the big world and introduce you in the duck cage: but keep close to me and watch out for the cat!“ “Kwak, kwak! Gaat maar met mij mee, dan zal ik je in de grote wereld brengen en je in de eendenkooi voorstellen: maar zorgt, dat je dicht in mijn nabijheid blijft, en neemt je voor de kat in acht!”
The jury will judge fairly. De jury zal eerlijk vonnissen.
I promise that I won’t tell anyone. Ik zal het heus niet doorvertellen.
I’m sure that Tom will explain it to you eventually. Ik weet zeker dat Tom het je ooit zal uitleggen.
It isn’t clear whether she would agree. Het is niet duidelijk of ze zal instemmen.
The tow truck will tow the truck away. De sleepwagen zal de vrachtwagen wegslepen.
Will history judge us favorably? Zal de geschiedenis gunstig over ons oordelen?
Nothing will hinder my malicious plan. Niets zal mijn kwaadaardig plan dwarsbomen.
The policy will only accelerate inflation. Het beleid zal inflatie alleen maar versnellen.
There will be a project file available. Er zal een projectfiche ter beschikking zijn.
The lawyer will make a statement concerning the testimony. De advocaat zal een verklaring afleggen inzake de getuigenis.